De fisc verduidelijkt de belastingregels voor buitenlandse filialen: wat u uw klanten moet meegeven

Sinds het aanslagjaar 2024 is de Belgische wetgeving strenger geworden op het vlak van de belasting van niet-uitgekeerde passieve inkomsten van bepaalde buitenlandse filialen, de zogenoemde “Controlled Foreign Companies” (CFC). Omdat deze nieuwe regeling vragen opriep, heeft de fisc een circulaire gepubliceerd om de toepasselijke regels te verhelderen.


Wat is een CFC?

In de Belgische context is een CFC (Controlled Foreign Company) een laag belaste buitenlandse dochteronderneming die onder de controle staat van een Belgische vennootschap. Er gelden twee hoofdzakelijke voorwaarden om een buitenlandse entiteit als CFC te kunnen aanduiden:

  1. De participatievoorwaarde: de Belgische belastingplichtige heeft rechtstreeks minstens één aandeel in de buitenlandse vennootschap (zustermaatschappijen of sub-filialen vallen hier dus niet onder).
  2. De belastingvoorwaarde: de buitenlandse entiteit is effectief onderworpen aan een belasting die minder dan de helft bedraagt van de Belgische vennootschapsbelasting.

Wanneer aan beide voorwaarden is voldaan, moeten de niet-uitgekeerde passieve inkomsten van de buitenlandse vennootschap in België worden aangegeven en belast.


Wat brengt de circulaire bij?

De circulaire, die eind vorig jaar werd gepubliceerd, licht extra toe:

  • De criteria om een CFC te identificeren: verdere verduidelijking over hoe de buitenlandse vennootschap beoordeeld wordt op de belastingvoorwaarde en wat exact onder ‘controle’ door de Belgische belastingplichtige valt.
  • De substance-uitzondering: mogelijkheid tot vrijstelling voor entiteiten die een echte economische activiteit hebben (met personeel, uitrusting en activa). De circulaire geeft aan hoe de fisc de aanwezigheid van deze substance evalueert.
  • Vennootschappen die uitsluitend intragroepsdiensten leveren en holdings: uitleg over hoe hun activiteiten worden beoordeeld om in aanmerking te komen voor de substance-uitzondering.
  • De berekening van de hypothetische Belgische belasting: die vergelijking maakt het mogelijk om na te gaan of de buitenlandse belasting minder dan de helft van de Belgische vennootschapsbelasting bedraagt en of aan de belastingvoorwaarde is voldaan.


Aandachtspunten voor accountants

  1. Analyseer de structuur van uw klanten
    • Belgische vennootschappen met buitenlandse filialen moeten nagaan of deze filialen aan de CFC-criteria voldoen (participatie, belastingniveau, enz.).
  2. Onderzoek de reële activiteiten
    • De fisc zal bewijzen verlangen over de economische substance (personeel, fysieke locatie, productiemiddelen, enz.) van de buitenlandse entiteit om de uitzondering te kunnen toestaan.
  3. Houd rekening met specifieke sectoren
    • Bepaalde sectoren (intragroepsdiensten, holdings) kunnen nog voor interpretatieverschillen zorgen. Wees alert voor de meest recente ontwikkelingen of rechtspraak.
  4. Volg toekomstige ontwikkelingen
    • Hoewel de circulaire heel wat onduidelijkheden wegneemt, blijven er nog vragen openstaan, onder andere rond de reikwijdte van de substance-uitzondering. Waarschijnlijk zullen zowel de fiscus als de rechtbanken de draagwijdte van de hervorming verder verfijnen.


Conclusie

De verduidelijkingen in de circulaire rond het CFC-regime zijn cruciaal om een strikter Belgisch kader in kaart te brengen, vooral voor buitenlandse filialen met een lage belastingdruk. Belgische vennootschappen met buitenlandse entiteiten doen er dan ook goed aan hun fiscale situatie aan de hand van deze nieuwe regels te laten onderzoeken. Als accountant speelt u een sleutelrol bij het anticiperen op en beheren van deze aangifteverplichtingen, door uw klanten te adviseren bij het nakomen van de fiscale wetgeving.

Mots clés

Articles recommandés