
ITAA-verkiezingen 2026: wat de beroepsgroep echt zegt!
Lessen uit een veldraadpleging bij de leden
In aanloop naar de ITAA-verkiezingen werd een open raadpleging gehouden bij de professionals — boekhouders, fiscalisten en leden van het beroep — om hun vaststellingen, verwachtingen en voorstellen te verzamelen zonder voorafgaande richtlijnen. De ontvangen reacties zijn talrijk, waardevol en opvallend eensgezind. Ze schetsen een heldere kijk op de situatie van het beroep en de uitdagingen die het Instituut de komende jaren zal moeten aangaan.
De belangrijkste les uit deze raadpleging is wellicht de meest fundamentele en verdient serieuze aandacht.
Talrijke getuigenissen — spontaan en zonder vooraf bepaalde richting ontvangen — duiden op een groeiend gevoel van afstand tussen het ITAA en de dagelijkse realiteit van haar leden. Deze afstand beperkt zich niet tot incidentele meningsverschillen over bepaalde regelingen. Ze situeert zich in de tijd en duidt op iets diepers: een posturele mismatch.
Het Instituut wordt, in een opvallend deel van de reacties, omschreven als meer administratief dan professioneel, meer gericht op controle dan op ondersteuning, en onvoldoende luisterend naar de werkelijke situatie op het terrein. Deze perceptie is vooral uitgesproken bij professionals die werken in kleine kantoren of als zelfstandigen, die een specifieke moeilijkheid ervaren om verplichtingen te verwerken die zijn ontworpen zonder rekening te houden met hun structurele realiteit.
Het thema proportionaliteit keer terug met klem. De antiwitwaswetgeving, kwaliteitsreviewmechanismen, toenemende administratieve eisen: allemaal domeinen waarvoor de beroepsgroep een uniforme benadering aan de kaak stelt die op dezelfde wijze structuren behandelt waarvan de operationele capaciteit fundamenteel verschilt. Billijkheid, zo herinneren verschillende bijdragers, wordt niet bereikt door uniformiteit, maar door aanpassing.
Het zou onjuist zijn hierin een afwijzing van het institutioneel kader te lezen. Wat wordt uitgedrukt is niet het afschaffen van regels, maar hun herkalibrering. De professionals erkennen de noodzaak van een stevig kader. Wat ze betwisten is de huidige balans tussen controle en begeleiding.
❝ Een instelling kan haar rol alleen vervullen als ze nuttig wordt erkend door degenen die ze vertegenwoordigt. ❞ |
► In het kort • Het gevoel van een kloof tussen het ITAA en het terrein is breed gedeeld en betreft een fundamentele tendens, geen geïsoleerde incidenten. • Kleine kantoren en zelfstandigen ervaren een disproportionele overbelasting door verplichtingen die zijn ontworpen zonder structurele differentiatie. • Dit vaststelling is geen ondermijning van het institutioneel kader, maar een oproep tot het herwegingsproces van de cultuur van het Instituut richting meer ondersteuning en luisterbereidheid. |
De tweede les is transversal en komt terug in alle ontvangen reacties, ongeacht de grootte van het kantoor of het profiel van de professional.
De beroepsgroep uit een reële vermoeidheid tegenover de opeenstapeling van verplichtingen, procedures en tools. Deze vermoeidheid is geen weerstand tegen verandering; ze ontstaat uit een gevoel van inconsistente totaalstructuur. Verschillende concrete voorbeelden keren vaak terug: de complexiteit van het institutioneel intranet, inconsistenties in sommige digitale processen, de vermenigvuldiging van verplichtingen waarvan de meerwaarde voor de betrokken professionals niet duidelijk is.
Het geïdentificeerde probleem is niet alleen kwantitatief. Het is niet zozeer het volume aan vereisten dat uitput, maar het ontbreken van duidelijkheid en samenhang. De professionals vragen om een regelgevend raamwerk dat betekenisvol is, waarbij elke verplichting haar rechtvaardiging vindt in een helder en begrijpelijk doel.
Als spiegelbeeld van deze vraag naar vereenvoudiging, ontstaat een even sterke verwachting: concrete en nuttige tools voor het dagelijkse werk. Naast seminars en theoretische inhoud, uiten de leden de behoefte aan modellen, praktische hulpmiddelen, snelle antwoorden op operationele vragen, concrete hulp bij complexe onderwerpen. De gepercipieerde waarde van een beroepsinstituut wordt voor een groot deel gemeten aan wat het concreet bijdraagt aan de dagelijkse beroepsuitoefening.
Deze twee vragen — vereenvoudiging en praktische ondersteuning — zijn niet tegenstrijdig. Ze uiten dezelfde fundamentele verwachting: een Instituut dat een operationele partner is, in plaats van een extra bron van administratieve last.
► In het kort • De door de beroepsgroep geuite vermoeidheid is geen weerstand tegen regels, maar een reactie op het gebrek aan leesbaarheid en globale samenhang. • Vereenvoudiging van tools en procedures wordt gezien als een voorwaarde voor professionele kwaliteit, niet als een comfortconcessie. • De behoefte aan praktische en operationele instrumenten wordt krachtig geuit: de leden verwachten van hun Instituut concrete ondersteuning, niet alleen academische inhoud. |
Een derde focus ligt op de externe rol van het Instituut — zijn capaciteit om de stem van het beroep te laten horen tegenover institutionele en wetgevende actoren.
Het overheersende gevoel binnen dit thema is dat van een te terughoudend Instituut. De bijdragers spreken over een onvoldoende aanwezigheid van het ITAA in de parlementaire debatten die het beroep rechtstreeks raken, een te trage reactie op reglementaire evoluties en een invloed die wordt ervaren als beperkt bij de overheid. Deze perceptie voedt het idee van een beroepsgroep die, collectief, niet zo zwaar weegt in de beslissingen die haar raken als zou moeten.
De relatie met de FOD Financiën wordt in talrijke reacties expliciet genoemd. Professionals constateren het geleidelijke verdwijnen van directe dialoog ten gunste van formele procedures, een toename van beslissingen zonder voorafgaand overleg met de beroepsgroep en spanningen die het dagelijkse werk onnodig compliceren. Deze evolutie wordt des te meer gevoeld omdat de digitalisering van de communicatie — gepresenteerd als modernisering — dikwijls heeft geleid tot minder dialoog in plaats van meer verdieping ervan.
❝ Digitaal kan de dialoog niet vervangen. Het moet die ondersteunen. ❞ |
Belangrijk is om te benadrukken dat deze vraag naar een krachtiger vertegenwoordiging geen protesthouding is. Zij drukt een gedeeld besef uit: de interne legitimiteit van een beroepsinstituut hangt ook af van zijn vermogen om zichtbare resultaten te bereiken op het externe toneel.
► In het kort • De beroepsgroep verwacht van het ITAA een krachtigere aanwezigheid in wetgevende en reglementaire processen die haar direct betreffen. • De relatie met de FOD Financiën wordt ervaren als verslechterd, met verlies van directe dialoog ten voordele van formele procedures. • De digitalisering van administratieve uitwisselingen wordt gezien als iets dat de dialoog eerder heeft verminderd dan versterkt. |
Het vierde cluster aan lessen is wellicht het gevoeligst, omdat het betrekking heeft op de toekomst van het beroep zelf.
De reacties over opleiding en toegang tot de titel zijn talrijk en eensgezind. De bijdragers duiden examens die te theoretisch worden bevonden of onvoldoende afgestemd zijn op de praktische realiteit van het beroep, een gebrek aan erkenning van academische trajecten of voorafgaande beroepservaringen, en een opleiding die als onvoldoende verbonden wordt gezien met hedendaagse tools en praktijk. Uit de bijdragen komen enkele ideeën naar voor: een progressieve specialisatie, meer praktijkgerichte proeven, een betere waardering van opgedane ervaring.
Naast de opleiding raakt men ook een diepgaandere kwestie aan: de aantrekkelijkheid van het beroep. Er wordt een toenemende vermoeidheid beschreven, soms gepaard gaande met betekenisverlies en een reële moeilijkheid om nieuwe profielen aan te trekken. Deze getuigenissen zijn niet systematisch ontmoedigend — veel bijdragers spreken hun oprechte betrokkenheid bij het beroep uit. Maar ze wijzen op een kwetsbaarheid die aandacht verdient: als het imago van het beroep verbonden blijft met regeldruk en zware procedures, zal het structureel moeilijker worden om nieuwe generaties aan te trekken.
Deze vaststelling sluit aan bij de eerste les uit de raadpleging: de aantrekkelijkheid van het beroep is nauw verbonden met hoe het Instituut het vertegenwoordigt, verdedigt en uitdraagt. Een Instituut dat wordt gezien als een extra hindernis draagt niet bij aan het positieve beeld dat het beroep nodig heeft om zich te vernieuwen.
► In het kort • De opleiding en toelatingsexamens worden ervaren als te theoretisch en onvoldoende aangepast aan de huidige beroepspraktijk, zonder dat dit een verlaging van de eisen impliceert. • De aantrekkelijkheid van het beroep wordt gezien als een structurele uitdaging, deels gevoed door de regeldruk en het beeld dat het Instituut uitstraalt. • Deze langetermijnuitdagingen kunnen niet worden opgelost zonder een duidelijke visie die door het Instituut op het hoogste niveau wordt gedragen. |
Thema | Belangrijkste vaststelling | Geuite verwachting |
Relatie Instituut / leden | Groeiende afstand, overheersende administratieve cultuur | Naar een dichterbij Instituut, dienstverlenende houding |
Proportionaliteit | Uniforme verplichtingen, nadelig voor kleine kantoren | Differentiatie volgens structuur |
Vereenvoudiging | Vermoeidheid door incoherente opeenstapeling van procedures | Duidelijkheid en samenhang |
Praktische tools | Tekort aan concrete operationele hulpmiddelen | Modellen, snelle antwoorden, ondersteuning op het terrein |
Externe vertegenwoordiging | ITAA te terughoudend bij wetgevende ontwikkelingen | Meer hoorbare stem, krachtiger positie |
Dialoog met FOD Financiën | Verlies van directe dialoog, toename van formaliteiten | Herstel van kwalitatieve uitwisselingen |
Opleiding & toegang tot titel | Te theoretische examens, ervaring weinig gewaardeerd | Praktijkgerichtere trajecten, erkenning van ervaring |
Aantrekkelijkheid van het beroep | Vermoeidheid, verlies van betekenis, moeilijkheden bij aantrekking | Positief imago, heropleving van het beroep |
De lessen uit deze raadpleging schetsen impliciet een routekaart voor iedereen die zich kandidaat stelt voor het bestuur van het ITAA.
Ten eerste is de institutionele houding essentieel. Het Instituut kan het vertrouwen van zijn leden alleen herwinnen door zijn interne cultuur te heroriënteren naar service en begeleiding, zonder zijn regulerende taken af te staan. De balans tussen controle en steun is herstelbaar — dit vereist een duidelijk engagement dat consequent op alle organisatieniveaus wordt gedragen.
Ten tweede verdienen digitale tools en procedures een systematische doorlichting vanuit het gebruikersperspectief. Vereenvoudiging is geen cosmetisch project: het bepaalt de kwaliteit van het werk en de efficiëntie van het beroep als geheel.
Ten derde moet de externe vertegenwoordiging — tegenover de overheid, de wetgever en de fiscale administratie — structureel worden versterkt. Dit vergt toegewezen middelen, een heldere beïnvloedingsstrategie en een proactieve aanwezigheid in consultatieprocessen.
Ten slotte verdienen de thema’s opleiding, toegang tot de titel en aantrekkelijkheid behandeling als twee zijden van één en hetzelfde project: het opbouwen van een beroep waar men trots op is, dat men met overtuiging verdedigt en waar men anderen graag naartoe uitnodigt.
Deze raadpleging biedt geen opsomming van eisen. Ze brengt een fundamentele en coherente verwachting aan het licht: een Instituut dat dichterbij, nuttiger en samenhangender is — een Instituut volledig in dienst van degenen die het beroep uitoefenen.
Voor de zes kandidaten die de OECCBB zal voordragen tijdens deze verkiezingen, vormen deze veldinzichten een kostbare inspiratiebron en een duidelijke verantwoordelijkheid. Een programma verankerd in wat de leden werkelijk hebben uitgesproken — onversneden en eerlijk — is juist wat geloofwaardigheid en legitimiteit geeft aan wie het beroep wil vertegenwoordigen. Een kandidatuur die vertrekt van het terrein, het beluistert en zich eraan voedt, is een kandidatuur die ook met antwoorden kan terugkeren.
Op dit moment verdient het concrete werk dat de afgelopen maanden rond beroepsverdediging is verricht een welgemeend compliment. De OECCBB en het KVABB hebben — soms actiever dan het ITAA zelf — gestructureerde overlegtrajecten gevoerd met de overheid, zich gepositioneerd tegenover wetgevende evoluties en leden ondersteund bij veranderingen in het regelgevend kader. Dit netwerkarbeid, gevoed door de inzet en initiatieven van ieder, toont aan dat het vermogen van de sector om begrepen en gehoord te worden wordt opgebouwd in complementariteit en harmonie tussen alle actoren — niet in concurrentie of afzondering.
In die geest krijgen deze verkiezingen hun volle betekenis. Zelden was een verkiezingsmoment zo rechtstreeks verbonden met een duidelijk uitgesproken behoefte aan koerswijziging vanuit de basis. Stemmen op 23 april betekent kiezen welke richting de beroepsgroep wil geven aan haar Instituut voor de komende jaren.
► In het kort • Deze verkiezingen zijn essentieel voor de koerswijziging die de beroepsgroep verwacht. • Laten we ons verenigen achter het team ITAA26, dat zijn volledige programma volgende week zal bekendmaken. • Stemmen heeft nog nooit zoveel betekenis gehad. |
Afin de faciliter l’accès au contenu de cet article, une version traduite a été mise à disposition au moyen d’un outil d’intelligence artificielle. La Fondation décline toute responsabilité quant à la qualité, à l’exactitude et à l’exhaustivité de cette traduction automatique, notamment en ce qui concerne l’emploi de terminologies techniques, juridiques ou fiscales spécifiques.
L'article original a été rédigé en Français. En cas de divergence d’interprétation, seule la version originale fait foi.