
Het mobiliteitsbudget geeft werknemers met (recht op) een bedrijfswagen de mogelijkheid om deze in te ruilen voor een duurzaam alternatief. Vanaf 1 januari 2026 en 1 januari 2027 treden belangrijke wijzigingen in werking:
Binnen pijler 1 kon de werknemer kiezen voor een milieuvriendelijke bedrijfswagen.
Vanaf 1 januari 2026 moet de milieuvriendelijke bedrijfswagen een volledige elektrische wagen zonder CO2-uitstoot zijn. Dit geldt voor wagens aangekocht en geleased vanaf 1 januari 2026.
Het mobiliteitsbudget kan ook worden gebruikt voor de financiering van duurzame vervoermiddelen. De werkgever is uitdrukkelijk verplicht om minstens één aanbod te doen uit pijler 2.
Vanaf 1 januari 2026 mogen de gemotoriseerde voertuigen die onder zachte mobiliteit vallen geen CO2-uitstoot meer hebben en mogen de gemotoriseerde voertuigen die onder carpooling, autodelen en verhuur van auto's met chauffeur vallen geen CO2-uitstoot meer hebben.
De geïndexeerde minimum- en maximumbedragen, kan u terugvinden in de tabel bij het artikel ‘Fiscale bedragen voor inkomstenjaar 2026 – aanslagjaar 2027’.
Er werd al eerder een hervorming van het mobiliteitsbudget aangekondigd.
Het doel van deze hervorming is om te evolueren naar een mobiliteitsbudget voor iedereen, met de volgende krachtlijnen:
De invoering zou in 2 fasen verlopen:
Aanvankelijk wou de regering de eerste fase al in werking laten treden op 1 januari 2026. Deze deadline werd niet gehaald.
Op 9 januari 2026 heeft de ministerraad een voorontwerp van wet goedgekeurd met als doel de eerste fase van de geplande hervorming uit te voeren. De datum van inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2027.
Hieronder vind je een overzicht van de voorgenomen wijzigingen.
Vanaf 1 januari 2027 zal elke werkgever die één of meer bedrijfswagens ter beschikking stelt van een of meer werknemers gedurende een periode van meer dan 36 maanden (al dan niet onderbroken) verplicht worden om zijn werknemers een mobiliteitsbudget voor te stellen. Momenteel vereist de wetgeving nog een terbeschikkingstelling tijdens een ononderbroken periode van 36 maanden. Het lijkt er dus op dat deze voorwaarde soepeler zal worden.
De werkgever kan wachten met dit aanbod tot het huurcontract, leasecontract of andere overeenkomst voor het gebruik van de bedrijfswagen die daadwerkelijk ter beschikking van de werknemer wordt gesteld, is verstreken.
Werkgevers zouden bovendien de mogelijkheid krijgen om bepaalde werknemers te verplichten om sowieso te opteren voor pijler 1 (nl. een emissievrij voertuig), op basis van niet-discriminerende en proportionele criteria die verband houden met de aard van de functie en de legitieme belangen van de onderneming.
Bepaalde werkgevers zijn niet verplicht om een mobiliteitsbudget voor te stellen, meer bepaald:
Werkgevers die gemiddeld 15 tot 50 werknemers tewerkstellen, krijgen uitstel tot 1 januari 2028. Bijgevolg moeten enkel werkgevers met gemiddeld minstens 50 werknemers vanaf 1 januari 2027 verplicht een mobiliteitsbudget invoeren.
Het voorontwerp wordt voor advies bezorgd aan de Raad van State, aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en aan de Nationale Arbeidsraad. Zodra er meer duidelijkheid is, brengen we je op de hoogte via onze nieuwsbrieven.
Bron: Voorontwerp van wet tot wijziging van diverse bepalingen in verband met het mobiliteitsbudget.
Besox, Sociaal Secretariaat – Verzekeringen – Finance