
Voortaan zal elke werkgever die een of meer bedrijfswagens ter beschikking stelt van een of meer werknemers gedurende een periode van meer dan 36 maanden, al dan niet onderbroken, verplicht worden om zijn werknemers een mobiliteitsbudget voor te stellen.
De werkgever kan echter wachten tot het huurcontract, leasecontract of andere overeenkomst voor het gebruik van de bedrijfswagen die daadwerkelijk ter beschikking van de werknemer wordt gesteld, is verstreken, alvorens hem toe te staan deze in te ruilen voor het mobiliteitsbudget.
De volgende werkgevers zijn echter niet verplicht om een mobiliteitsbudget voor te stellen in ruil voor de bedrijfswagen:
Er wordt trouwens voorzien in de mogelijkheid voor de werkgever om bepaalde werknemers te verplichten om sowieso te opteren voor pijler 1 (= emissievrij voertuig), op basis van criteria die verband houden met de aard van de functie en de legitieme belangen van de onderneming. Deze criteria mogen niet discriminerend zijn en moeten het proportionaliteitsbeginsel naleven.
De datum van inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2027.
Het voorontwerp wordt voor advies bezorgd aan de Raad van State, aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en aan de Nationale Arbeidsraad.
Voorontwerp van wet tot wijziging van diverse bepalingen in verband met het mobiliteitsbudget.