Maandag organiseren de vakbonden een nationale staking tegen het beleid van de nieuwe Arizona-regering. Ze protesteren daarmee vooral tegen de hervormingen in de pensioenen, de maatregelen om langer te werken, de ‘keiharde’ besparingen, de toenemende flexibiliteit op de arbeidsmarkt en het feit dat de sterkste schouders ongemoeid gelaten word. Daarnaast pleiten ze voor meer koopkracht. De ‘argumentatie’ die ze daarbij bovenhalen is nogal wankel en bovendien negeren ze de economisch-financiële realiteit.
De redenen die de vakbonden naar voor schuiven voor de staking worden nogal eenzijdig voorgesteld. De realiteit ziet er anders uit:
Er is veel ongerustheid over langer werken, maar dat is nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Begin jaren 90 waren er in België nog 4 werkenden per gepensioneerde. Vandaag zijn dat er nog 3. En tegen 2060 nog maar 2. Om tegen die achtergrond de sociale zekerheid betaalbaar te houden, moeten we langer werken. Vandaag hebben we trouwens gemiddeld bij de kortste loopbanen van Europa.
We hebben vandaag een begrotingstekort van 30 miljard euro en zonder ingrijpen loopt dat de komende jaren verder op. De ontsporing van onze overheidsfinanciën zit bovendien volledig aan de uitgavenkant. De nieuwe regering neemt nu eindelijk wat maatregelen om die uitgaven terug een beetje onder controle te krijgen. Maar ook met de besparingsplannen van de Arizona-regering blijven we bij de hoogste overheidsuitgaven onder de industrielanden hebben. Er is geen sprake van keiharde besparingen.
Meer koopkracht voor iedereen is uiteraard één van de belangrijkste doelstellingen van het beleid. Maar het is op dat vlak lang niet zo dramatisch gesteld als de vakbonden suggereren. De gemiddelde koopkracht nam de voorbije jaren toe, en het ziet er naar uit dat die trend ook de komende jaren doorzet. Volgens de recentste ramingen zou de koopkracht in 2019-2027 met 10% toenemen (dat is dus bovenop de inflatie). Voor een nog sterkere koopkrachtstijging is vooral sterkere economische groei nodig.
In België werken nog altijd relatief weinig mensen, wat zeker ook een probleem is voor de financieringsbasis van onze welvaartsstaat. Een manier om meer mensen aan het werk te krijgen, is via meer flexibiliteit, zowel van werkgevers als van werknemers. Vandaag hebben we in België de minste flexibiliteit qua atypische arbeidsuren (denk aan ploegenarbeid, weekendwerk enz) in Europa.
Volgens sommigen kunnen we al onze budgettaire uitdagingen oplossen met extra belastingen op vermogen. Maar we hebben vandaag al de tweede hoogste inkomsten uit belastingen op vermogen in Europa. Deze regering zal die belastingen nog verhogen, maar er zijn limieten aan hoe ver ze daarmee kunnen gaan.
De realiteit is dat de hervormingen en inspanningen die de Arizona-regering wil doorvoeren, al veel eerder gebeurd zijn in de meeste landen rondom ons. Door de veranderende demografische en economische omstandigheden kunnen we het ons eigenlijk niet meer veroorloven om dat soort maatregelen nog langer uit te stellen. De geplande inspanningen zijn niet evident, maar wel noodzakelijk om de toekomst van onze welvaartsstaat te vrijwaren. If anything, gaan de nu geplande inspanningen nog niet ver genoeg.
De staking is bedoeld om zoveel mogelijk schade toe te brengen aan de economie (ook volgens de baas van het FGTB). Dat is ronduit onverantwoord op een moment dat onze economie al in moeilijke papieren zit.
De vakbonden staken maandag vooral voor het behoud van een onhoudbaar status quo in de sociale zekerheid (vooral in de pensioenen). Tegen de achtergrond van ontsporende overheidsfinanciën en een afnemend groeipotentieel is dat een recept voor minder welvaart op langere termijn. De vakbonden zouden beter hun energie stoppen in het meedenken over hoe we onze economie structureel kunnen versterken. Een hogere economische groei is de beste (en enige) garantie op duurzaam hogere welvaart in de toekomst (maar dat zal dus nog niet voor maandag zijn).