
Tweeëneenhalve week geleden vielen de Verenigde Staten samen met Israël Iran aan. Hoewel er uiteraard nog veel onzekerheid blijft over het verdere verloop van dit conflict tekenen zich toch al wat contouren af van de economische implicaties. In vergelijking met de inschatting bij de start van de oorlog begint het er stilaan als een soort worst-case-scenario uit te zien. En ook al zijn onze directe economische banden met Iran, en met de hele regio, vrij beperkt, heeft dat toch ook belangrijke gevolgen voor de Belgische economie. Die impact loopt hoofdzakelijk via de energiemarkten.
Bij de inschatting van de mogelijke economische gevolgen bij de start van het conflict werden een aantal scenario’s naar voor geschoven. Er werd toen vrij breed uitgegaan van een oorlog van relatief korte duur, waarbij de Straat van Hormuz grotendeels open zou blijven (‘de Straat van Hormuz is nog nooit gesloten’) en waarbij de reactie van Iran beperkt zou blijven (‘Iran heeft er geen baat bij om andere landen in de regio aan te vallen, en zeker de olieproductie niet’). Een dikke twee weken verder lijken we op schema te zitten voor zowat het slechtste van die scenario’s: de Straat van Hormuz is effectief dicht (en het is onduidelijk hoe lang dat zal duren) en Iran lijkt voor een strategie te gaan om de olieproductie in de regio te verstoren.
Dat vertaalt zich ook op de energiemarkten. Waar de eerste reactie vrij beperkt bleef, gingen de olie- en gasprijzen de voorbije weken fors hoger (met redelijk wat volatiliteit). De olieprijs (Brent) klom ondertussen boven 100 dollar per vat (80% hoger dan aan het begin van het jaar). De Europese gasprijs ligt vandaag bijna 90% hoger dan aan het begin van het jaar. Beide zitten zeker nog niet aan recordniveaus (gas nog lang niet), maar de stevige stijging laat zich wel al duidelijk voelen. Bovendien is het risico zeer reëel dat de energieprijzen de komende weken nog verder oplopen als Iran de huidige strategie aanhoudt. Anderzijds zou een snelle normalisatie van de trafiek door de Straat van Hormuz ook snel tot terug lagere energieprijzen leiden, maar zo’n scenario lijkt er op korte termijn niet in te zitten.
Gezien de onzekerheid over het conflict en de volatiliteit op de energiemarkten blijft uiteraard ook de economische impact onzeker. Die impact zal duidelijk negatief zijn, maar een goeie inschatting van de omvang daarvan blijft voorlopig moeilijk (hangt er uiteraard vooral vanaf hoe lang de huidige situatie aanhoudt). Drie jaar geleden maakte de Europese Centrale Bank wel al een inschatting van wat een mogelijke verstoring van de olie-aanvoer vanuit het Midden-Oosten zou kunnen betekenen voor de Europese economie. Ze gingen daarbij uit van een verstoring van een derde van de olie- en gasaanvoer door de Straat van Hormuz, waardoor de olieprijs met 57% en de gasprijs met 74% zou toenemen. Daardoor zou in het lopende jaar de economische groei in de eurozone 0,7 procentpunt lager uitkomen, en de inflatie 0,9 procentpunt hoger.
De huidige prijsstijgingen op de energiemarkten liggen al in lijn met het ECB-scenario. Als die hogere prijzen de komende weken en maanden aanhouden (of zelfs nog wat hoger gaan), dan zit er dus een stevige negatieve impact aan te komen voor de Europese economie.
De energie-intensiteit van onze economie ligt duidelijk hoger dan het Europese gemiddelde (+40%), en bij de hoogste onder de West-Europese lidstaten. Dat heeft te maken met de samenstelling van onze economie, met onder meer het relatief belangrijke gewicht van de energie-intensieve industrie. Dat impliceert dat de Belgische economie gevoeliger is voor energieschokken.
Het Planbureau maakte al een nieuwe raming van hun inflatievooruitzichten op basis van een gemiddelde olieprijs van 80 dollar per vat in 2026 en een gasprijs van 45 euro per Mwh. Daardoor zou de inflatie voor heel 2026 uitkomen op 2,6% (in vergelijking met een raming van 1,9% voor het conflict begon). Dat impliceert uiteraard ook een hogere indexering van de lonen (de gezondheidsindex zou uitkomen op 2,7%). Als de huidige energieprijzen de komende weken en maanden aanhouden (of zelfs nog wat hoger gaan), zullen de inflatiecijfers nog hoger uitkomen.
Ook voor de economische groei dreigt een belangrijke negatieve impact. Voor het conflict ging het Planbureau uit van een verwachte economische groei van 1,1% dit jaar. Met een negatieve impact in lijn met het eerdere ECB-scenario dreigen we snel in de buurt van een stagnerende economische activiteit uit te komen.
Net als bij eerdere inflatieverrassingen dreigt de grootste negatieve impact bij de bedrijven terecht te komen. In ons systeem dragen die immers veruit het grootste deel van de impact van externe prijsschokken via de automatische loonindexering. De koopkracht van de gezinnen wordt eigenlijk vrij goed gevrijwaard via de automatische indexering. Dat werd nog eens bevestigd met de inflatieschok van 2022-2023. Directe koopkrachtondersteuning klinkt allicht politiek aanlokkelijk, maar heeft economisch gezien weinig zin.
De energieprijsschok zal vooral ook de energie-intensieve industrie, onder meer chemie en staal, parten spelen. Die sector staat de jongste jaren al onder zware druk, met een krimp in de activiteit van zo’n 16% sinds 2019. Het vertrouwen in de sector was al zwaar aangetast voor het conflict (het vertrouwen in de basischemie zakte in februari naar het laagste niveau ooit), en de jongste dynamiek in de energieprijzen zal uiteraard niet helpen. De alarmsignalen voor onze industrie die eerder al afgingen, weerklinken nu nog luider.
Hogere inflatie is op zich vrij neutraal tot licht negatief voor de overheidsfinanciën (hogere uitgaven door indexering van ambtenarenlonen en uitkeringen versus hogere inkomsten via belastingen op geïndexeerde lonen), maar lagere economische groei is uitgesproken negatief. Grondigere analyses zijn natuurlijk nodig, maar een simpele vuistregel suggereert dat een economische groei in lijn met het ECB-scenario al snel een negatieve impact van zo’n 2,5 miljard kan hebben op ons begrotingstekort.
Daarnaast zit ook de rente in de lift, allicht door de vrees voor hogere inflatie en grotere kapitaalbehoeften van heel wat overheden. De Belgische langetermijnrente ligt vandaag zo’n 0,4% hoger dan gemiddeld in 2025. Als dat aanhoudt (en zich ook vertaalt in de gemiddelde financieringskost van Belgische overheden, wat pas met vertraging gebeurt), dan zou dat 2,6 miljard aan extra rentelasten op jaarbasis betekenen.
Voor het conflict lagen alle Belgische overheden samen op schema voor een begrotingstekort van zo’n 33 miljard euro. De recentste cijfers suggereren dat dit nog gevoelig hoger zal oplopen. En dat is nog zonder allerlei ballonnetjes van extra overheidsuitgaven voor koopkrachtondersteuning die sommige partijen al lanceerden. Voor alle duidelijkheid, er is geen geld voor dat soort ideetjes (en daar ligt trouwens ook het probleem niet voor onze economie).
Gezien de wisselende communicatie vanuit het Witte Huis blijft het onduidelijk waar de VS met deze operatie naartoe willen. Een snelle regimewissel in Iran zit er niet in. Allicht wil Trump een snel einde aan het conflict, zeker naarmate de negatieve impact op de Amerikaanse economie toeneemt. Vooral hogere benzineprijzen dreigen voor Trump (en zijn tanende populariteit) zeer gevoelig te liggen. Maar het blijft onzeker hoe lang de VS zullen doorgaan, en vooral hoe snel de normaliteit daarna terug zal keren op de energiemarkten. Die onzekerheid komt er bij voor een wereldeconomie die al niet echt op volle toeren draaide.
Ook voor de Belgische economie komt die extra onzekerheid bovenop een al onzekere situatie. Het vertrouwen van de Belgische ondernemers kreeg in februari al een tik. Dit maakt de situatie nog moeilijker, zeker ook voor de energie-intensieve industrie die al langer onder zware druk staat.
Sinds de start van zijn tweede ambtstermijn lijkt Trump vastbesloten om de VS duidelijk ‘agressiever’ te positioneren op het internationale toneel, en zeker ook ten opzichte van bepaalde bondgenoten. Dat werd al pijnlijk geïllustreerd met de handelsoorlog en de houding tegenvoer Rusland, maar ook de acties tegen Iran gaan in die richting. De operatie in Iran lijkt toch vooral op een zeer risicovolle gok van Trump.
Dat bevestigt nog maar eens dat Europa niet langer voluit kan rekenen op de VS als onvoorwaardelijke bondgenoot. Zowel op het vlak van defensie, als op economisch vlak is Europa veel meer op zichzelf aangewezen. Hoe sneller Europa op dat vlak stappen zet, zoals een verregaande samenwerking (of op z’n minst coördinatie) voor defensie of veel meer integratie van de eengemaakte markt binnen Europa, hoe beter. Op beide vlakken ligt een enorm potentieel voor hechtere Europese samenwerking. Daar moet dringend werk van gemaakt worden. Het economisch potentieel dat we daarmee binnen de Europese Unie kunnen realiseren is trouwens vele malen groter dan de te verwachten schade van de huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten.