
Zoals eerder aangekondigd, gaan vanaf deze maand enkele wijzigingen van kracht bij de berekening van de consumptieprijsindex (CPI) en de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP). Zo wordt het referentiejaar van de CPI en de HICP gewijzigd naar 2025 = 100, wat geen impact heeft op de inflatiemeting. Daarnaast zal de indeling van goederen en diensten veranderen met de overgang naar ECOICOP versie 2, om nieuwe consumptiegewoonten beter weer te geven. Deze wijziging hebben geen invloed op de totaalcijfers van de indexen, noch op de inflatie. Voor meer informatie, kan u de analyse omtrent deze veranderingen raadplegen op de Statbel-website.
De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP)[1] bedraagt in januari 1,4% ten opzichte van 2,2% in december en 2,6% in november. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT)[2] bedroeg 1,4% in januari tegenover 2,2% in december.
De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 2,5% in januari, tegenover 2,9% in december en 2,7% in november. De inflatie zonder energieproducten bedraagt 2,5%, tegenover 2,9% december.
De inflatie voor voeding bedraagt deze maand 0,5%, tegenover 2,7% vorige maand. De inflatie van olie bedroeg deze maand -3,1% tegenover -1,2% in december. Voor zuivelproducten daalde de inflatie naar -3,7% tegenover 2,4% vorige maand. Vis heeft deze maand een inflatie van -0,2% tegenover 1,2% in december. De inflatie van brood en granen bedroeg in januari -0,2% tegenover 2,0% in december. De inflatie van vlees daalde van 5,8% vorige maand naar 3,4% in januari.
De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu
-0,9%, een daling ten opzichte van vorige maand (-0,4%). Voeding, daarentegen, levert een bijdrage van 0,1%.
Elektriciteit is nu 4,3% goedkoper dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van -15,6% ten opzichte van januari vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 16,0% gedaald ten opzichte van vorig jaar.
Op basis van de opsplitsing in de 13 hoofdgroepen wordt de hoogste inflatie in januari gemeten voor “Kleding en schoenen” (9,3%). De laagste inflatie werd gemeten voor de groep “Huisvesting, water en energie” (-1,6%). De groep “Kleding en schoenen” is de hoofdgroep die in januari de grootste positieve impact had op de inflatie, met 0,3 procentpunt. De groep “Huisvesting, water en energie” heeft de grootste negatieve impact uitgeoefend met -0,6 procentpunt.
Productgroep | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | Impact op inflatie (%-punt) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
HICP | HICP-CT | ||||||||
nov/25 | dec/25 | jan/26 | jan/26 | nov/25 | dec/25 | jan/26 | |||
0 | Totaal bestedingen | 1.000,0 | 2,6 | 2,2 | 1,4 | 1,4 | |||
1 | Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken | 140,8 | 3,0 | 2,7 | 0,5 | 0,5 | 0,0 | 0,1 | -0,2 |
2 | Alcoholische dranken en tabak | 54,8 | 2,3 | 2,2 | 1,3 | 1,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
3 | Kleding en schoenen | 65,4 | -2,4 | 0,2 | 9,3 | 9,3 | -0,3 | -0,1 | 0,3 |
4 | Huisvesting, water en energie | 157,3 | 3,3 | 0,9 | -1,6 | -1,6 | 0,2 | -0,3 | -0,6 |
5 | Stoffering en huishoudelijke apparaten | 62,7 | 2,9 | 2,8 | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | -0,1 |
6 | Gezondheid | 100,6 | 2,3 | 2,3 | 2,8 | 2,8 | 0,0 | 0,0 | 0,2 |
7 | Vervoer | 111,0 | 2,1 | 1,8 | 0,3 | 0,3 | -0,1 | 0,0 | -0,1 |
8 | Informatie en communicatie | 42,0 | -0,2 | -0,2 | 3,3 | 3,3 | -0,1 | -0,1 | 0,1 |
9 | Recreatie, sport en cultuur | 96,3 | 4,6 | 4,1 | 2,6 | 2,6 | 0,2 | 0,2 | 0,1 |
10 | Onderwijs | 4,6 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
11 | Hotels, cafés en restaurants | 84,1 | 4,8 | 4,0 | 3,7 | 3,7 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
12 | Verzekeringen en financiële diensten | 28,5 | 2,1 | 2,6 | 2,3 | 2,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
13 | Lichaamsverzorging en overige diensten | 51,9 | 2,5 | 2,6 | 1,3 | 1,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.
De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in januari 2,5%. Dat is een daling ten opzichte van de 2,9% in december. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 2,8%. Ten opzichte van vorige maand daalden de prijzen van dit subaggregaat met 1,8%.
Specifieke aggregaten | Gewicht (‰) | Inflatie op jaarbasis (%) | 12 maandelijks gemiddelde (%) | Maandelijkse wijziging | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
nov/25 | dec/25 | jan/26 | jan/26 | jan/26 | ||
Totaal bestedingen | 1.000,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -1,6 |
Energiedragers | 80,4 | 0,0 | -0,0 | -0,1 | 0,0 | -0,2 |
Bewerkte levensmiddelen | 149,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,4 |
Niet-bewerkte levensmiddelen | 46,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,3 |
Niet-energetische industriële goederen | 259,4 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -5,8 |
Diensten | 464,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -0,3 |
HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie) | 873,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -1,8 |
De grootste positieve impact op de inflatie wordt gerealiseerd door kleding, namelijk met 0,35 procentpunt. Geneesmiddelen hebben een positieve impact van 0,23 procentpunt. Restaurants en cafés hebben een positieve impact van 0,20 procentpunt. Woninghuur heeft een positieve impact van 0,18 procentpunt.
Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
|---|---|---|---|
2026 | jan/26 | ||
03.1.2 | Kleding | 48,3 | 0,35 |
06.1.1 | Geneesmiddelen | 13,8 | 0,23 |
11.1.1 | Restaurants en cafés | 75,2 | 0,2 |
04.1.1 | Woninghuur | 74,4 | 0,18 |
De negatieve impact op de inflatie was het grootst voor aardgas, namelijk -0,42 procentpunt. Motorbrandstoffen hadden een impact van -0,24 procentpunt. Elektriciteit had een negatieve impact van -0,21 procentpunt. Huisbrandolie had een negatieve impact van -0,18 procentpunt.
Subindex | Gewicht (‰) | Impact op inflatie (%-punt) | |
|---|---|---|---|
2026 | jan/26 | ||
04.5.2 | Aardgas | 17,8 | -0,42 |
07.2.2 | Motorbrandstoffen | 23,7 | -0,24 |
04.5.1 | Elektriciteit | 31,1 | -0,21 |
04.5.3 | Huisbrandolie | 6,9 | -0,18 |
Aangezien de definitieveHICP van onze buurlanden pas later wordt bekendgemaakt, kan er slechts een vergelijking gemaakt worden op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van januari. In België bedroeg deze inflatie 1,4% in januari, een daling ten opzichte van de 2,2% in december. Nederland tekende een inflatie op van 2,2% in januari, dit is een daling ten opzichte van de 2,7% in december. In Frankrijk bedroeg de inflatie in januari 0,4%; ze daalde daarmee ten opzichte van de 0,7% in december. De eerste snelle inflatieraming van de HICP van januari voor Duitsland bedroeg 2,1%, een lichte stijging ten opzichte van december toen de inflatie 2,0% bedroeg.
Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor januari nog niet publiceerde, is december de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. De inflatie op basis van de HICP-CT bedroeg in België in december 2,2%. Ze daalde daarmee ten opzichte van de 2,7% in november. In december bedroeg deze inflatie in Duitsland 1,9%. Dat is een daling ten opzichte van november, toen de inflatie 2,5% bedroeg. De inflatie in Frankrijk daalde van 0,5% in november naar 0,4% december. In Nederland steeg ze licht tot 2,7% in december. In november bedroeg deze inflatie 2,6%.
[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonised Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.
Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:
[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP. In deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.
[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.
[4]De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het integreren van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).