• FR
  • NL
  • EN

Werknemers noemen hun verplaatsing vaker een reden om te blijven dan hun loon

Amper 8,4% van de Belgische werknemers krijgt de mogelijkheid om een salariswagen in te ruilen tegen een mobiliteitsbudget, nog geen 1 op de 12. En 79,5% krijgt geen enkele vorm van loonflexibiliteit aangeboden, bijna 8 op de 10. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van HR-dienstverlener Partena Professional bij 1.000 Belgische werknemers en 250 Belgische werkgevers.

Het cijfer is opvallend omdat het mobiliteitsbudget soms naar voren wordt geschoven als een antwoord op de tijd die Belgen kwijt zijn aan het pendelen. Vanaf 1 januari 2027 zouden werkgevers met meer dan 50 werknemers die langdurig bedrijfswagens aanbieden hun medewerkers zo'n budget moeten voorstellen. Die verplichting hangt vast aan de bedrijfswagen. En een bedrijfswagen krijgt vandaag 12,2% van de bevraagde werknemers, iets meer dan 1 op de 8. "Het instrument waarover het debat gaat, bestaat voor de meeste werknemers gewoon niet", zegt Mieke Hendrickx, Managing Partner bij Partena Professional. "Zolang mobiliteit synoniem staat voor de bedrijfswagen, gaat het over een voordeel dat zeven op de acht werknemers niet krijgt."

De verplaatsing telt zwaarder dan het loon

Dat de verplaatsing er wél toe doet, blijkt uit dezelfde bevraging. Gevraagd welke van dertien factoren belangrijk zijn om bij de huidige werkgever te blijven, zetten de bevraagde werknemers het woon-werkverkeer op plaats vier. Daarvoor worden jobzekerheid (58,0%, bijna 6 op de 10), de werk-privébalans (49,5%, de helft) en de jobinhoud (44,7%) genoemd. De verplaatsing naar het werk volgt op de vierde plaats, met 38,1%. Het brutoloon komt pas daarna, met 35,1%, iets meer dan een derde. Ook de extralegale voordelen (33,6%) blijven eronder. En de telewerkmogelijkheden, vaak naar voren geschoven als antwoord op het woon-werkverkeer, halen 23,8%, nog geen kwart.

Werkgevers zien het dan weer anders. Zij zetten het brutoloon op de tweede plaats (42,8%) en het woon-werkverkeer slechts op de elfde van dertien (21,5%).

Werkexpert Stijn Baert analyseerde mee de data: "Deze cijfers liggen in lijn met wat we drie jaar geleden met UGent@Work vonden, zij het dan over wat men in het algemeen belangrijk vond aan zijn (m/v/x) job: het loon is lang niet het belangrijkste. De les voor werkgevers moet vooral zijn: als je je mensen wil houden, is opslag heus niet het enige knopje waar je kunt aan draaien."

Het woon-werkverkeer is voor iedereen belangrijk

Arbeiders (40,1%), bedienden (37,9%) en ambtenaren (36,8%) noemen de verplaatsing allemaal bijna even vaak als reden om te blijven. Wie voltijds werkt komt op 38,1%, wie deeltijds werkt op 38,3%. Werknemers met kinderen scoren 37,5%, die zonder kinderen 39,2%, geen significant verschil dus. En ook tussen het Vlaams en het Waals Gewest is er nauwelijks verschil: 39,5% tegenover 39,0%.

"De verplaatsing naar het werk is een van de weinige dingen waar zowat iedereen even zwaar aan tilt: jong of oud, arbeider of bediende, met of zonder kinderen", zegt Hendrickx.

Vrouwen kijken naar de weg, mannen naar het loon

Wat dan weer wel opvalt, is het verschil tussen hoeveel vrouwen belang hechten aan het woon-werkverkeer tegenover mannen. 41,8% van de bevraagde vrouwen noemt het woon-werkverkeer een reden om te blijven, tegenover 34,6% van de mannen. Bij het brutoloon is dat trouwens net omgekeerd: 41,3% van de mannen noemt het als reden om te blijven tegen 28,6% van de vrouwen. Vrouwen hechten ook meer belang aan de flexibiliteit van de werkuren (36,7% tegen 27,7%) en aan telewerk (27,8% tegen 20,0%).

"Het lijkt erop dat voor vrouwen alles wat met tijd en verplaatsing te maken heeft, van groter belang is dan voor mannen", zo besluit Mieke Hendrickx.

"Dit hoeft niet te verbazen", meent ook Stijn Baert. "Uit onderzoek blijkt telkens opnieuw dat vrouwen die voltijds werken in totaal meer uren werken per week, als je taken op het werk en thuis samentelt. Er valt voor vrouwen in dat opzicht dan ook nog minder tijd te verliezen met woon-werkverkeer."

Net bij die groep is de keuzevrijheid het kleinst. 85,9% van de vrouwen krijgt geen enkele vorm van loonflexibiliteit aangeboden, tegenover 73,4% van de mannen. Bij vrouwen biedt de organisatie ook minder vaak de mogelijkheid om een salariswagen in te ruilen tegen een mobiliteitsbudget (5,2% tegenover 11,3%). En 8,7% van de vrouwen krijgt een bedrijfswagen, tegenover 15,7% van de mannen.

Iets meer dan de helft van de werknemers krijgt een vergoeding voor woon-werkverkeer

Iets meer dan de helft van de bevraagde werknemers (51,6%) krijgt een vergoeding voor het woon-werkverkeer. In het Vlaams Gewest is dat 56,4%, in het Waals Gewest significant lager, met 41,7%. De ruimte om zelf te kiezen blijft klein. Bijna 3 op de 4 werknemers (71,3%) zegt geen enkele keuze te hebben over de samenstelling van het loonpakket.

-------------------------------

Over het onderzoek

Vanuit Partena Professional werd, ondersteund door werkexpert Stijn Baert, een vragenlijst opgesteld om een zicht te krijgen op bovenstaande vragen. Deze vragenlijst werd tussen 31 juli en 19 augustus 2026 voorgelegd aan een representatief staal van 1.000 Belgische werknemers en 250 Belgische werkgevers, via marktbureau iVOX. De maximale foutenmarge bedraagt 3,02% bij de werknemers en 6,16% bij de werkgevers. Bij de respondenten werden ook achtergrondkenmerken bevraagd, zoals geslacht, bedrijfsgrootte en moedertaal (Nederlands of Frans), zodat de resultaten konden opgesplitst worden naar deze kenmerken.

Mots clés

Articles recommandés

Politiek en Economie
De expert aan het woord
F.F.F.

Durfkapitaal en banken vergissen zich: vrouwelijke ondernemers presteren beter

Gepubliceerd op 25 Mar 2026 bij 05:05
Lezen 3min
HRM, jobs & training
Studie | Enquete
F.F.F.

Steeds minder werknemers voelen zich eerlijk verloond

Gepubliceerd op 04 Mar 2026 bij 05:00
Lezen 3min