
Laat ons beginnen bij de wereld van durfkapitaal. Het blijft een mannenbastion. 96% van de business angels zijn mannen en 84% van de durfkapitaalfondsen wordt beheerd door uitsluitend mannelijke teams. Op zich niet zo erg, maar wel problematisch als men er het homofilie-probleem aan toevoegt. Homofilie in de financiële literatuur verwijst naar het feit dat mannelijke investeerders verkiezen te investeren in mannengeleide bedrijven. Uit Europese enquêtes blijkt dat slechts 23% van de mannelijke investeerders zou overwegen om in vrouwengeleide ondernemingen te investeren. Ongelooflijk. Machocultuur ten voeten uit.
Experimenten uitgevoerd door Harvard tonen aan dat investeerders aan vrouwelijke ondernemers andere vragen stellen dan aan hun mannelijke collega’s. Als een vrouw pitcht voor fondsen, vraagt men systematisch wat ze gaat doen bij faling. Bij mannen wordt gevraagd wat ze gaan doen bij succes. Waar mannen gevraagd wordt hoe ze nieuwe klanten kunnen werven, krijgen vrouwen vragen over klantenbehoud. Dit subtiele verschil in framing leidt ertoe dat vrouwelijke founders gemiddeld vijf keer minder kapitaal ophalen tijdens pitchcompetities. Dezelfde experimenten toonden aan dat een vrouwenstem online minder slaagkansen heeft dan een mannenstem om geld op te halen voor een startup.
Dat alles leidt ertoe dat een vrouw die fondsen ophaalt voor een startup een straffe onderneemster is. Dat blijkt ook uit de resultaten. Het gemiddeld rendement op een steekproef van startups van door vrouwen geleide bedrijven bedroeg 11,4 procent, tegenover slechts 4,4 procent voor door mannen geleide bedrijven. Het rendement op de investering bij vrouwengeleide startups is dus 2,5 keer zo hoog dan bij mannengeleide bedrijven (studie BCG). Vrouwengeleide scale-ups creëren 20% meer waarde dan mannengeleide (studie EIT). Kortom, vrouwengeleide bedrijven zijn de betere investering.
Bij banken zou je a priori verwachten dat er geen genderbias is. Immers, het geslacht is geen criterium in de risicoanalyse van de bank. Expliciete discriminatie is er zeker niet. Maar een Europese analyse in 34 landen (de BEEP-studie) concludeert dat het weigeringspercentage voor kredieten voor vrouwengeleide bedrijven vijf tot zes procent hoger ligt, de aangerekende rente gemiddeld 0,5 procent hoger is en de bedragen gemiddeld 28 procent lager zijn. Enquêtes toonden aan dat wanneer een vrouwelijke CEO wordt vervangen door een mannelijke evenknie, dat leidt tot betere kredietvoorwaarden. We kunnen dus gewagen van een impliciete discriminatie. Nochtans blijkt dat de kans op niet-terugbetaling van de kredieten (default rate in het bankenjargon) kleiner is bij vrouwen. Een onderzoek op basis van 50.000 leningen kwam tot een wanbetalingspercentage van 4,9 procent bij mannelijke ontleners tegenover 3,4 procent bij vrouwelijke ontleners.
De ironie van vrouwelijk ondernemerschap ligt in een opvallende contradictie. Terwijl vrouwen systematisch tegen (nog) hogere barrières aanlopen, leveren hun bedrijven consequent betere prestaties. Het is dan ook meer dan normaal dat zij in de spreekwoordelijke bloemetjes worden gezet. Want een onderneemster moet straf zijn om te slagen. Dus mijn raad aan de vrouwelijke onderneemsters: kopieer vooral de mannen niet, want jullie zijn veel straffer.