
33 van de 37 implementerende landen met een rapporteringsverplichting vanaf het boekjaar 2024, waar multinationale ondernemingsgroepen (MNO-groepen) hun GloBE Information Return (GIR) tegen 30 juni 2026 moeten indienen, hebben verklaard dat zij een centrale indiening van de GIR zullen aanvaarden, op voorwaarde dat deze uiterlijk tegen 31 december 2026 worden uitgewisseld.
Om deze uitwisseling mogelijk te maken, dienen landen de Multilaterale overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten inzake de uitwisseling van GloBE-inlichtingen (GIR MCAA) te ondertekenen en te activeren. Verwacht wordt dat sommige landen het GIR MCAA niet vóór 30 juni 2026 zullen kunnen activeren, maar wel vóór de uitwisselingstermijn van 31 december 2026.
De betrokken landen, waaronder België, hebben afgesproken om de verplichtingen flexibel toe te passen: zij zullen geen boetes opleggen, noch de lokale indieningsverplichting afdwingen, op voorwaarde dat de GIR centraal wordt ingediend in een ander implementerend land en dit tijdig wordt gemeld via de GIR-notificatie.
Indien de centrale indiening uiteindelijk niet tijdig aan een land wordt doorgestuurd, behoudt dat land zich evenwel het recht voor om alsnog maatregelen te nemen en een lokale indiening te vereisen. Indien België aldus een lokale indiening zou vereisen, zal het hierover tijdig communiceren en een deadline voor indiening voorzien. België zal geen boetes opleggen indien de indiening voor die deadline is gebeurd.
In de bijlage van het Gemeenschappelijk standpunt is de lijst opgenomen van landen* die naar verwachting klaar zullen zijn voor centrale indiening voor het boekjaar 2024.
Dit principe wordt eveneens toegepast op EU-lidstaten die de omzetting van DAC9 niet tijdig hebben gerealiseerd.
*Aangezien Cyprus geen lid is van het Inclusive Framework on BEPS, wordt het land niet vermeldt op deze lijst, maar op basis van de EU-richtlijn is Cyprus eveneens als een kwalificerend land voor centrale indiening.