• FR
  • NL
  • EN

Overmatige schuldenlast ontstaat zelden van vandaag op morgen

Start van federale preventiecampagne “Stop schulden”

Overmatige schuldenlast is zelden het gevolg van één gebeurtenis. Ze ontstaat wanneer kwetsbaarheden, een keerpunt in het leven en een gebrek aan tijdige hulp elkaar opvolgen. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek dat de FOD Economie liet uitvoeren naar de oorzaken van schuldoverlast.

De publicatie van de resultaten van dit onderzoek valt samen met de start van de preventiecampagne “Stop schulden” die als doel heeft mensen in schuldoverlast te informeren en hulp aan te reiken.

Een opeenstapeling van kwetsbaarheden, geen geïsoleerde oorzaak

Het onderzoek, uitgevoerd door het Observatorium Krediet en Schuldenlast in opdracht van FOD Economie, benadrukt dat schuldoverlast doorgaans in drie fasen ontstaat. Eerst bestaan er kwetsbaarheden die de bewegingsruimte van iemand verkleinen, zoals een onvoldoende inkomen, een onstabiele werksituatie of hoge vaste kosten. Vervolgens doet zich een breukgebeurtenis voor: een scheiding, ziekte, jobverlies of een onvoorziene grote uitgave. Pas daarna volgen de afwegingen die de situatie doen kantelen, zoals uitstel van betaling, de eerste wanbetalingen of een beroep op krediet.

Wie in de schulden belandt, denkt vaak dat het aan zichzelf ligt. Dit onderzoek toont net het tegenovergestelde: schuldoverlast is meestal het resultaat van een opeenstapeling van omstandigheden, niet van één verkeerde beslissing.Lien Meurisse, woordvoerster FOD Economie

Eén gebeurtenis, twee heel verschillende trajecten

Een van de meest sprekende resultaten van het onderzoek is de vergelijking tussen personen die een gelijkaardige gebeurtenis meemaakten, maar van wie het traject volledig anders verliep.

Zo maakten zowel Marine (38) als Julie (34) intiem geweld, gedwongen schulden, een verhuis met hun kinderen en gezondheidsproblemen mee. Bij Marine bleef de schuld beperkt tot minder dan 2.000 euro, dankzij een eigen inkomen, snelle toegang tot hulp en gestructureerde begeleiding.

Bij Julie liep de schuld op tot meer dan 10.000 euro, onder invloed van economische afhankelijkheid, hoge zorgkosten, isolement en hulp die pas laat kwam.

Dit voorbeeld laat niet toe om algemene conclusies te trekken, maar het illustreert wel een centrale vaststelling van het onderzoek: niet alleen de gebeurtenis zelf, maar vooral het moment waarop hulp wordt geboden en de middelen waarover iemand beschikt, bepalen mee het verdere traject.

Preventie moet zich ook op momenten richten, niet enkel op doelgroepen

Preventie wordt traditioneel opgebouwd rond risicogroepen. Het onderzoek pleit ervoor die aanpak aan te vullen met aandacht voor risicomomenten:

  • de stap naar financiële zelfstandigheid,
  • de aankoop van een eerste eigen woning,
  • de geboorte van een kind,
  • de start van een zelfstandige activiteit,
  • een scheiding,
  • jobverlies,
  • ziekte of arbeidsongeschiktheid,
  • de eerste betalingsachterstanden,
  • het gebruik van krediet om lopende uitgaven te dekken.

Net op die momenten blijkt de kwetsbaarheid voor schuldoverlast het grootst.

Dat betekent dat preventie zich niet alleen moet richten op kwetsbare mensen, maar ook op momenten waarop financiële kwetsbaarheid plotseling kan ontstaan of verergeren. Een doeltreffend preventiebeleid moet zich dus niet beperken tot informeren, maar ook inzetten op vroegtijdig ingrijpen, aanwezig zijn op de belangrijke levensmomenten en snel toegang bieden tot concrete ondersteuning.

Weten is niet hetzelfde als kunnen handelen

Uit de evaluatie van de begeleidingsinstrumenten blijkt dat preventieacties vooral effect hebben op kennis en intenties, en minder op blijvend gedrag. Iemand kan de adviezen begrijpen en ze willen toepassen, zonder daartoe in de praktijk in staat te zijn door economische, sociale of taalkundige drempels. Het onderzoek wijst op vier belangrijke knelpunten:

  • te korte en eenmalige interventies,
  • inhoud die onvoldoende aansluit bij de reële noden,
  • een gebrek aan praktische opvolging,
  • de grote diversiteit binnen het publiek dat men wil bereiken.

Preventie, invordering en schuldbemiddeling moeten samenwerken

Het onderzoek onderstreept ten slotte dat preventie, invordering en schuldbemiddeling geen aparte beleidsdomeinen zijn, maar samen één beleid tegen overmatige schuldenlast vormen. Vroegtijdig ingrijpen, het vermijden van een opstapeling van kosten, redelijke incassopraktijken en een vlotte toegang tot bemiddeling en begeleiding, zoals budgetbeheer, versterken elkaar. Preventie heeft pas effect als er concrete en toegankelijke oplossingen beschikbaar zijn.

Een campagne die aanzet tot handelen

De preventiecampagne “Stop schulden”, die vandaag van start gaat, wil mensen helpen de eerste signalen van financiële kwetsbaarheid te herkennen, hun schuldgevoel weg te nemen en hen aan te moedigen om tijdig hulp te zoeken.

Ons onderzoek toont aan dat sensibilisering vooral kennis vergroot, en niet automatisch tot ander gedrag leidt. Daarom wordt de campagne gekoppeld aan concrete doorverwijzingen naar hulpverleners en instrumenten, zodat mensen niet alleen weten wat te doen, maar ook effectief de stap zetten.Lien Meurisse, woordvoerster FOD Economie
1 op de 20 Belgen geeft aan dat hij of zij niet altijd op tijd alle rekeningen kan betalen. Dat kan beginnen met een hoge energiefactuur, een onverwachte kost of omdat je je job verliest. Als er daarna kosten en aanmaningen bijkomen, kan een tijdelijk probleem snel uitgroeien tot een schuldenberg. Daarom starten we vandaag met ‘Stop schulden’. De campagne helpt mensen om de eerste signalen te herkennen, laat zien dat ze er niet alleen voor staan en brengt hen snel naar de juiste hulp. Hoe vroeger je aan de bel trekt, hoe groter de kans dat je voorkomt dat een moeilijke rekening eindigt met een schuldenprobleem.Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming

De campagne “Stop schulden” is een initiatief van de federale overheid en maakt deel uit van één van de maatregelen van het 5de Federale plan ter bestrijding van armoede en ongelijkheid. De campagne is ontworpen door vier actoren met ervaring in armoedebestrijding: het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding (BAPN), het Steunpunt Mens en Samenleving (SAM), het Observatorium Krediet en Schuldenlast (OCE) en het Steunpunt schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (CADM). Het project is ondersteund door de FOD Economie en de POD Maatschappelijke Integratie.



Mots clés

Articles recommandés

Milieu en Mobiliteit
Praktijk
F.F.F.

Betrouwbare milieuclaims opstellen: guidelines voor ondernemingen

Gepubliceerd op 14 Sep 2026 bij 04:00
Lezen 1min
HRM, jobs & training
Studie | Enquete
F.F.F.

Nepnieuws en vijandige inhoud: Belgen worden vaker blootgesteld, maar zijn ook alerter

Gepubliceerd op 14 Aug 2026 bij 04:00
Lezen 3min
Politiek en Economie
Statistieken
F.F.F.

Publieke schuld 2026: de eurozone stijgt tot 88,9% van het BBP, België tot 109,1%

Gepubliceerd op 27 Jul 2026 bij 04:10
Lezen 7min