• FR
  • NL
  • EN

Miljarden rentefactuur

Niet zo heel lang geleden (2019-2021) kon de Belgische overheid nog op langere termijn lenen aan 0% (of zelfs licht negatief). Toen leek het er (even) niet toe te doen hoe hoog onze overheidsschulden en -tekorten opliepen, maar dat kon altijd maar een tijdelijke, uitzonderlijke situatie zijn. Vanaf 2023 normaliseerde de langetermijnrente terug enigszins naar een niveau rond 3%. En het voorbije anderhalf jaar liep die rente geleidelijk verder op.

Deze week tikte ze 3,8% aan. En er is een reëel risico dat het daar niet bij blijft.

Hogere rentes

In grote delen van de wereldeconomie zitten rentes op langere looptijden in de lift. Dat heeft te maken met het aanslepende conflict in Irak en de impact daarvan op de olie- en gasprijzen en dus op de inflatie, de weinig overtuigende reactie daarop door de nieuwe baas van de Amerikaanse centrale bank (waardoor de markten eraan twijfelen of hij wel bereid is om voldoende krachtig op te treden tegen de toegenomen inflatierisico’s) en de wankele toestand van de overheidsfinanciën in heel wat belangrijke economieën. In landen als de VS, Frankrijk, het VK, China, India, Brazilië… liggen de begrotingstekorten boven 5% van het bbp, en er lijkt weinig politieke bereidheid om daar echt iets aan te doen. Dat vertaalt zich in toenemende overheidsschulden, wat impliceert dat heel wat overheden op zoek moeten naar meer en meer kapitaal. Dat zet opwaartse druk op de rente. Voorlopig blijft die stijging al bij al nog binnen de perken, maar naarmate de financiële markten zich meer zorgen gaan maken over de houdbaarheid van die overheidsschulden dreigt nog een veel forsere rentestijging.

In zo’n klimaat zijn landen met fragiele overheidsfinanciën extra kwetsbaar. Met het grootste begrotingstekort van de eurozone en een snel toenemende overheidsschuld valt België heel duidelijk in die categorie. De federale regering heeft al aangegeven dat ze in de rest van de legislatuur een extra budgettaire inspanning van 10 miljard wil doen. Zo’n inspanning zou de stijgende trend in de overheidsschuld nog niet omkeren, maar wel al wat afremmen. Het blijft evenwel nog maar de vraag of de regering tot een akkoord kan komen over zo’n inspanning. Twijfels over de politieke stabiliteit, bijvoorbeeld door een ernstige regeringscrisis rond de begroting, zouden nog meer druk zetten op de rente. Hopelijk zijn alle regeringspartijen zich daar voldoende van bewust.

Oplopende rentefactuur

De hogere rente vertaalt zich uiteraard in hogere rentebetalingen op de overheidsschuld. Die impact komt pas geleidelijk door (bijvoorbeeld wanneer bestaande leningen op eindvervaldag komen en opnieuw gefinancierd moeten worden aan de huidige hogere rente), maar kan op termijn heel zwaar doorwegen. Vandaag ligt de langetermijnrente in België een dikke 0,5% hoger dan gemiddeld in 2025. Op ‘kruissnelheid’ impliceert dat een extra rentefactuur van 4 miljard euro.

Hoe dan ook zit de rentefactuur van de overheid (vooral door de eerdere normalisering van de rente) in de lift. Volgens het Planbureau zullen de rentelasten van alle Belgische overheden samen de komende jaren verdubbelen van 14 miljard in 2025 naar 27,5 miljard in 2031. Dat is in de veronderstelling dat de marktrente evolueert naar 3,3% in 2031 (vandaag zitten we op 3,8%). Met een hogere marktrente loopt die rentefactuur de komende jaren uiteraard nog verder op.

Lopen om ter plaatse te blijven

De hogere rente duwt onze overheid stilaan in een zeer pijnlijke situatie. Volgens de ramingen van het Planbureau nemen de rentelasten van 2025 tot 2029 met zo’n 9 miljard toe (in een scenario met lagere marktrentes dan wat we vandaag zien). Dat impliceert dat de geplande extra saneringsoefening van 10 miljard maar net zal volstaan om de hogere rentefactuur te dekken.

Bovendien zal de hogere rente ook de economische groei ondermijnen. Die hogere marktrentes gelden immers ook voor bedrijven en gezinnen, en zullen de bedrijfsinvesteringen en de investeringen in vastgoed afremmen. En die lagere economische groei is dan ook weer negatief voor de overheidsfinanciën.

We staan stilaan op de rand van een situatie waarin de overheid continu moet saneren alleen al om de oplopende rentefactuur te betalen, en waarbij er geen enkele buffer meer is voor nieuwe tegenslagen. Dat is zowel politiek als economisch-financieel niet heel lang houdbaar.

Meer nodig om het tij te keren

De eerste reacties van de regeringspartijen op de geplande begrotingsoefening van 10 miljard waren alvast niet hoopgevend. Zowat elke partij formuleerde meteen rode lijnen (die niet compatibel zijn). Zo pleitten verschillende partijen al voor extra belastingen, terwijl MR elke belastingverhoging afwijst. Als het echt menens is om onze overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen, zullen die rode lijnen losgelaten moeten worden. Zeker ook gezien de geplande inspanning van 10 miljard nog lang niet zal volstaan.

Om echt het verschil te maken zou het primaire tekort (het begrotingstekort exclusief de rentelasten) weggewerkt moeten worden. Tegen 2029 vereist dat een inspanning van 2,8% van het bbp, of 21 miljard. Gezien de al zware belastingdruk en het feit dat we al bij de hoogste overheidsuitgaven van Europa hebben, moet die inspanning vooral op de uitgavenkant gericht worden. Daarbij moet bijvoorbeeld ook gekeken worden naar de gezondheidszorg, en zijn meer inspanningen van de regio’s nodig. Aan de inkomstenkant moet de geplande belastingverlaging herbekeken worden (in de huidige budgettaire context is daar eenvoudigweg geen ruimte voor).

Cruciaal bij de saneringsinspanningen is dat die gecombineerd worden met een expliciet beleid om onze economie structureel te versterken. De aanhoudend lage economische groei zet immers extra druk op de overheidsfinanciën. Ondoordachte saneringen zouden die groei nog verder ondermijnen, wat dan opnieuw negatief is voor de overheidsfinanciën. (Veel) sterkere economische groei is de beste manier om de overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen.

Hoe dan ook wacht onze regering een enorme opdracht, waarbij er geen ruimte meer is voor politieke spelletjes of fouten.


Mots clés