• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/45 - Addendum - Circulaire 2020/C/35 betreffende richtlijnen inzake verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen en belastingadministraties

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Internationale Fiscaliteit publiceerde op 19/03/2026 de Circulaire 2026/C/45 - Addendum - Circulaire 2020/C/35 betreffende richtlijnen inzake verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen en belastingadministraties.

Dit addendum handelt over het rapport 'Pillar One-Amount B' dat door de OESO is gepubliceerd en dat is opgenomen in de toepasselijke OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen.


Inhoudstafel

Inleiding

Hoofdstuk I: Begrip 'covered jurisdiction'

Hoofdstuk II: Transacties die binnen het toepassingsgebied vallen

Kwalificerende transacties (rapport 2024, §§ 10-12)

Criteria voor het bepalen van het toepassingsgebied (rapport 2024, §§ 13-14)

Uitsluitingen van het toepassingsgebied

Hoofdstuk III: Toepassing van het beginsel van de meest geschikte methode op de in-scope transacties (rapport 2024, §§ 40-42)

Hoofdstuk IV: Bepaling van de vergoeding volgens het arm's length-beginsel op grond van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering (rapport 2024, §§ 43-56)

Prijszettingsmatrix (rapport 2024, §§ 44-50)

Sectorcategorie

Factorintensiteit

Toepassing van het bereik van het overeenkomstige segment in de prijszettingsmatrix

Hoofdstuk V: Documentatie (rapport 2024, §§ 57-66)

Hoofdstuk VI: Rechtszekerheid in belastingzaken en afschaffing van dubbele belasting (rapport 2024, §§ 71-80)


Inleiding

In oktober 2021 werd in het Inclusive Framework OECD/G20 over grondslaguitholling en winstverschuiving overeengekomen om de toepassing van het arm's length-beginsel voor bepaalde marketing- en distributieactiviteiten te vereenvoudigen en te stroomlijnen.

Op 19 februari 2024 werd het OESO-rapport (2024), Pillar One – Amount B: Inclusive Framework on BEPS, OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting Project' (hierna: 'rapport 2024') (1) gepubliceerd, waarin richtsnoeren worden voorgesteld betreffende 'bijzondere overwegingen voor de routinematige distributieactiviteiten', die zijn opgenomen in de toepasselijke OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen als bijlage bij hoofdstuk IV.

(1) OECD (2024), Pillar One - Amount B: Inclusive Framework on BEPS, OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting Project, OECD Publishing, Parijs, https://www.oecd.org/en/publications/pillar-one-amount-b_21ea168b-en.html (geraadpleegd op 10.12.2024).

Dit rapport 2024 vereenvoudigt en stroomlijnt de toepassing van het arm’s‑lengthbeginsel door een prijszettingskader te bieden dat de marge bepaalt op de verkopen van distributeurs binnen het toepassingsgebied voor hun activiteiten inzake de routinematige marketing- en distributieactiviteiten.

Het is bedoeld om de fiscale zekerheid te vergroten en de compliancelasten te verlichten voor zowel de belastingplichtigen als de belastingadministraties.

Dit addendum heeft tot doel circulaire 2020/C/35 betreffende richtlijnen inzake verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen en belastingadministraties (hierna 'circulaire 2020/C/35') aan te vullen door commentaar te geven bij het rapport 2024, zoals dit is opgenomen in de bijlage bij hoofdstuk IV van de toepasselijke OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen.

Er kan worden aangenomen dat elke latere wijziging die aan dit rapport 2024 of aan deze bijlage wordt aangebracht ook door België zal worden aanvaard (2).

(2) Bijvoorbeeld een wijziging in de prijssettingsmatrix.

De Belgische belastingadministratie verduidelijkt dat dit addendum niet mag worden gezien als een grondslag voor de interpretatie van de toepassing van de algemene beginselen die uiteengezet zijn in de overige OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen, noch als een herziening van deze beginselen.

Het dient te worden opgemerkt dat het addendum de beginselen uiteengezet in circulaire 2020/C/35 niet wijzigt en dat die beginselen van toepassing blijven.

Om dubbele belasting te vermijden, is de Belgische belastingadministratie van oordeel dat de toepassing van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering, onder bepaalde voorwaarden (zie de twee paragrafen hieronder), een resultaat volgens het arm's lengthbeginsel oplevert voor de belastingplichtigen die betrokken zijn bij de relevante intragroepstransacties wanneer deze benadering door de 'covered jurisdictions' wordt toegepast op hun belastingplichtige inwoner voor intragroepstransacties die op hun grondgebied worden uitgevoerd en binnen het toepassingsgebied vallen.

Deze aanvaarding van de toepassing van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering door de 'covered jurisdiction' is afhankelijk van de implementatie van deze benadering in haar nationale wetgeving en van het feit of de toepassing ervan door deze jurisdictie overeenstemt met het rapport 2024 en de wijzigingen daarvan.

Ze is ook afhankelijk van het bestaan van een dubbelbelastingverdrag dat is gesloten tussen de betreffende 'covered jurisdiction' en België.

De vereenvoudigde en gestroomlijnde aanpak zal niet van toepassing zijn op intragroepstransacties die binnen het toepassingsgebied vallen enlouter op het Belgisch grondgebied worden uitgevoerd.

Het addendum is zowel van toepassing op intragroepstransacties als op de toerekening van winsten aan vaste inrichtingen ('dealings').

Dit addendum is van toepassing op transacties vanaf 1 januari 2025.

Hoofdstuk I: Begrip 'covered jurisdiction'

1. Het begrip 'covered jurisdiction' omvat de jurisdicties die zich politiek verbinden ten gunste van het Bedrag B en ten aanzien waarvan de Belgische belastingadministratie zich ertoe verbindt het resultaat te eerbiedigen dat wordt verkregen wanneer een dergelijke jurisdictie de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering toepast op transacties en dealings die binnen het toepassingsgebied vallen.

2. De lijst van 'covered jurisdictions' wordt gepubliceerd op de website van de OESO (3) en zal om de vijf jaar worden herzien.

(3) Statement on the definition of covered jurisdiction for the Inclusive Framework political commitment on Amount B, https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/support-materials/2024/02/pillar-one-amount-b_41a41e1e/statement-covered-jurisdiction-definition-inclusive-framework-commitment-amount-b.pdf (geraadpleegd op 10.12.2024).

Hoofdstuk II: Transacties die binnen het toepassingsgebied vallen

Kwalificerende transacties (rapport 2024, §§ 10-12)

3. De kwalificerende gecontroleerde transacties zijn gedefinieerd in sectie 3.1 (§§ 10-12) van het rapport 2024 en bestaan uit de volgende transacties:

- marketing- en distributietransacties waarbij de distributeur goederen aankoopt van verbonden ondernemingen met het oog op de groothandelsdistributie ervan aan niet-verbonden partijen; en

- transacties van handelsagenten en commissionairs die deelnemen aan de groothandelsdistributie van goederen van verbonden ondernemingen aan niet-verbonden partijen.

4. De Belgische belastingadministratie verduidelijkt dat het gebruik van specifieke kwalitatieve elementen niet relevant is om te beoordelen of een kwalificerende transactie al dan niet binnen het toepassingsgebied valt. Er moet bovenal worden gekeken naar de door de deelnemers aan de kwalificerende transactie uitgeoefende functies, gebruikte activa en genomen risico's.

Criteria voor het bepalen van het toepassingsgebied (rapport 2024, §§ 13-14)

5. Sectie 3.2 (§§ 13-14) van het rapport 2024 vermeldt de twee voorwaarden waaraan een kwalificerende transactie moet voldoen:

- op basis van haar economisch relevante kenmerken kan de prijs van de kwalificerende transactie op betrouwbare wijze worden vastgesteld met behulp van een eenzijdige verrekenprijsmethode

- de partij die wordt getest mag geen jaarlijkse bedrijfsuitgaven hebben die lager zijn dan 3 % of hoger zijn dan een grens die ligt tussen 20 % en 30 % van haar jaarlijkse netto-inkomsten. Deze laatste drempel wordt bepaald door het partnerland.

6. De Belgische belastingadministratie verduidelijkt dat deze kwantitatieve afbakeningsgrenzen enkel wordt gebruikt in het kader van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering en geen definitieve aanwijzing vormt voor de uitgeoefende functies of de kwalificatie van de distributeurs in het algemeen.

7. Ze verduidelijkt ook dat deze kwantitatieve filter alleen wordt gebruikt om te bepalen welke distributeurs binnen het toepassingsgebied vallen en niet in aanmerking wordt genomen om het rendement van deze distributeurs te bepalen.

Uitsluitingen van het toepassingsgebied

8. In overeenstemming met de eerste bovenvermelde voorwaarde worden de volgende transacties uitgesloten (rapport 2024, §§ 16-21):

- transacties waarbij de bijdragen van elke partij uniek en waardevol zijn

- transacties waarbij de bijdragen van elke partij niet op betrouwbare wijze afzonderlijk van elkaar kunnen worden geëvalueerd

- transacties waarbij alle partijen gezamenlijk de belangrijke economische risico's dragen die verband houden met de transactie

- transacties waarbij, hoewel de partijen afzonderlijk de economisch belangrijke risico's dragen die aan de transactie verbonden zijn, deze risico's zo nauw met elkaar verweven zijn dat het onmogelijk is om de gevolgen van een eventuele materialisatie van deze risico's op betrouwbare wijze voor elke partij afzonderlijk te bepalen.

9. In het rapport 2024 (§§ 25-31) worden ook bepaalde activiteiten uitgesloten van het toepassingsgebied:

- de distributie van niet-materiële goederen en diensten

- de marketing, handel in of distributie van grondstoffen.

10. Het rapport 2024 (§§ 32-39) stelt dat een transactie wordt uitgesloten als de geteste partij naast de toegelaten transactie ook niet-distributieactiviteiten verricht, tenzij de toegelaten transactie afzonderlijk kan worden gewaardeerd en de prijs ervan op een betrouwbare wijze los van de niet-distributieactiviteiten kan worden bepaald.

Hoofdstuk III: Toepassing van het beginsel van de meest geschikte methode op de in-scope transacties (rapport 2024, §§ 40-42)

11. De transactionele nettomargemethode (TNMM) werd gekozen als meest geschikte methode in het kader van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering.

12. Hoewel de TNMM-methode de basis vormt van het prijszettingsmechanisme van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering, aanvaardt de Belgische belastingadministratie het gebruik van de methode Comparable Uncontrolled Price (CUP) in gevallen waarin de toepassing van deze methode geschikter is om de prijs te bepalen van de transactie die binnen het toepassingsgebied valt.

Hoofdstuk IV: Bepaling van de vergoeding volgens het arm's length-beginsel op grond van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering (rapport 2024, §§ 43-56)

Prijszettingsmatrix (rapport 2024, §§ 44-50)

13. Om het return on sales-percentage van de geteste partij te bepalen, moet de prijszettingsmatrix zoals gedefinieerd in tabel 5.1 van het rapport 2024 worden toegepast.

14. Deze matrix bepaalt het percentage van de bedrijfswinstmarge van de geteste partij op basis van drie factoren: de sectorcategorie en de twee factorintensiteiten van de geteste partij.

15. De analyse ter ondersteuning van de vaststelling van de marges van de prijszettingsmatrix zal om de vijf jaar worden bijgewerkt, tenzij een belangrijke wijziging in de marktomstandigheden een tussentijdse bijwerking rechtvaardigt.

Sectorcategorie

16. De relevante sectorcategorie van de geteste partij moet worden geïdentificeerd binnen de drie mogelijke groepen: sectorcategorie 1, 2 en 3. Deze drie categorieën worden omschreven in het gedeelte 'Definities' van het rapport 2024.

17. Wanneer meer dan 20 % van de gedistribueerde producten onder een andere sectorcategorie vallen dan die waarin het merendeel van de verkopen plaatsvindt, moet één gewogen gemiddeld rendement worden berekend op basis van het rendement dat door de matrix voor elk van de relevante sectorcategorieën wordt aangegeven.

Factorintensiteit

18. De factorintensiteit van de geteste partij wordt bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de volgende factoren over de drie voorgaande boekjaren: de intensiteit van de bedrijfsactiva ten opzichte van de omzet (OAS) en de intensiteit van de bedrijfslasten ten opzichte van de omzet (OES).

Toepassing van het bereik van het overeenkomstige segment in de prijszettingsmatrix

19. Het bereik van het toepasselijke matrixsegment komt overeen met dat van het snijpunt tussen de sectorgroep en de classificatie van de factorintensiteit. Het return on sales-percentage moet binnen dit bereik vallen, met een flexibiliteit van plus of min 0,5 %.

20. Het verkregen rendement kan onder bepaalde omstandigheden een aanvullende aanpassing ondergaan, enerzijds via het mechanisme van de kruiscontrole van de bedrijfsuitgaven (rapport 2024, §§ 51-52) en anderzijds via het mechanisme voor de beschikbaarheid van gegevens (rapport 2024, §§ 53-54).

21. De toepassing van het kruiscontrolemechanisme door vergelijking van de bedrijfskosten is bedoeld om rekening te houden met hoge of lage niveaus van functionele intensiteit. Als het resultaat van het equivalent rendement van de bedrijfsuitgaven buiten het bereik van de bedrijfskosten valt (zie tabel 5.2 van het rapport 2024), wordt de return on sales van de geteste partij aangepast totdat het equivalent rendement van de bedrijfsuitgaven gelijk is aan de grenswaarde van de bedrijfsuitgaven.

22. Het mechanisme voor de beschikbaarheid van gegevens is bedoeld om het verkregen rendement aan te passen als er over de jurisdictie van de geteste partij geen of onvoldoende gegevens zijn die worden gebruikt om de prijszettingsmatrix voor Bedrag B vast te stellen.

23. De lijst van kwalificerende jurisdicties voor deze twee mechanismen is gepubliceerd (4) en wordt elke vijf jaar bijgewerkt op de website van de OESO.

(4) Statement on the definitions of qualifying jurisdiction within the meaning of section 5.2 and section 5.3 of the simplified and streamlined approach, https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/support-materials/2024/02/pillar-one-amount-b_41a41e1e/statement-qualifying-jurisdiction-definitions-section-5-2-section-5-3-simplified-streamlined-approach.pdf (geraadpleegd op 10.12.2024).

Hoofdstuk V: Documentatie (rapport 2024, §§ 57-66)

24. Als de relevante informatie niet is opgenomen in bestaande documentatie over verrekenprijzen, beveelt de Belgische belastingadministratie aan om de toepassing van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering te documenteren. Sectie 6 van het rapport 2024 (§ 60) geeft een niet-uitputtende lijst van de informatie die zich in deze documentatie kan bevinden.

Hoofdstuk VI: Rechtszekerheid in belastingzaken en afschaffing van dubbele belasting (rapport 2024, §§ 71-80)

25. In het kader van een onderling overlegprocedure of een arbitrageprocedure kan de Belgische belastingadministratie, wanneer de jurisdictie van de tegenpartij een 'covered jurisdiction' is waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten en die ermee heeft ingestemd om de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering toe te passen, de mogelijkheid inbouwen om, geval per geval, een aanpassing door te voeren die overeenstemt met het resultaat van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering indien zij van mening is dat die benadering een aanvaardbaar resultaat oplevert in het specifieke geval dat aan de onderling overlegprocedure of de arbitrageprocedure is onderworpen.

26. In het kader van een onderling overlegprocedure of een arbitrageprocedure, wanneer één van de bij de genoemde procedure betrokken jurisdicties niet heeft gekozen voor het toepassen van de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering, mogen de betrokken bevoegde autoriteiten de vereenvoudigde en gestroomlijnde benadering niet beschouwen als een benadering die tot een aanvaardbaar resultaat leidt.

In dat geval moeten de bevoegde autoriteiten van de jurisdicties die bij deze procedure betrokken zijn, hun standpunt uitsluitend rechtvaardigen op basis van de overige toepasselijke OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen, en zal de Belgische bevoegde autoriteit zich met name baseren op de beginselen uit de circulaire 2020/C/35.

Mots clés