
Maar het is duidelijk dat de cijfers niet kloppen. Na het Planbureau is het nu de Rekenkamer die, hoewel voorspelbaar, kritiek formuleert op de begroting van Arizona. De beroemde « terugeffecten », die via stimuleringsmaatregelen groei zouden moeten brengen, worden sterk overdreven. Het is niet verwonderlijk: dergelijke effecten zijn alleen waarneembaar in economiën dicht bij volledige werkgelegenheid, wat niet het geval is in een België met een vergrijzende sociale structuur. In de huidige situatie vormen deze maatregelen een poging tot irrigatie na een overstroming.
De analyse is onontkoombaar: de effecten van terugkeer naar werk zijn overschat. Waar de regering hoopt dat een derde van de langdurig werklozen opnieuw werk vindt, voorziet de Nationale Bank slechts 10 tot 20 %. Deze discrepantie, gecombineerd met een snel voortschrijdende Europese ontmanteling van de industrie, zal onvermijdelijk de gemeentelijke en regionale financiën (in Wallonië en Brussel) nog iets dieper in het rood duwen via de doorstroming naar het leefloon.
De vaststelling van het Planbureau is bovendien verontrustend: als het beleid ongewijzigd blijft, loopt België tegen 2031 af op een tekort van 6,3 %, wat het dubbele is van het gestelde doel. Zoals de commissaris van het Plan benadrukt, zal het vertragen van de sociale uitgaven niet volstaan om de kost van herbewapening en de explosie van de schuldenlast te compenseren, die dreigt te stijgen tot 122 % van het BBP in 2031. De economische groei blijft met 1,1 % te laag om alleen deze bodemloze put te dempen.
De fiscale ontvangsten zijn eveneens overschat. De belasting op meerwaarden — de enige belasting die sinds 1830 zonder duidelijke wet wordt geheven — blijkt meer symbolisch dan winstgevend. Wat de beroemde belofte van « 500 € netto meer » voor werknemers betreft, die is subtiel omgevormd tot een simpel verschil van 500 € tussen actieve en inactieve personen, waardoor de oorspronkelijke belofte ongeldig is geworden.
Het fundamentele probleem is continentaal en demografisch. De vergrijzing van de bevolking verstoort structureel onze overheidsfinanciën. Sociale bijdragen, die een verzekeringslogica volgen, zijn onvoldoende om de mogelijk buitensporige uitgaven voor langdurig zieken te dekken. Dit leidt ertoe dat de belastingen massaal de sociale solidariteit moeten financieren.
Aangezien vergrijzing een onvermijdelijk feit is, is het onmogelijk de belastingen te verlagen terwijl de schuld afneemt, behalve door sociale uitgaven drastisch te verminderen. Maar laten we niet vergeten dat deze uitgaven een fundamentele intra- en intergenerationele solidariteit weerspiegelen. Als de jongeren zien dat hun eigen bijdragen hen niets meer garanderen, stort het vertrouwen in de Staat in. Hetzelfde geldt voor de belasting: die vereist aanvaarding en instemming.
Om te slagen zal de regering het toverstokje van magisch denken moeten opgeven, ook al heeft men in België altijd de voorkeur gegeven aan begrotingsincantaties boven strikte berekeningen. Er bestaan middenkaders en bekwame economen die in staat zijn om verder te kijken dan politieke slogans en een samenhangend sociaal, fiscaal en begrotingsproject te bouwen. Dat begint met een herglobalisering van alle inkomsten en een modulering van sociale voordelen op basis daarvan.
Bart De Wever gaat nu open kaart spelen. Hij is België deze waarheid verschuldigd: de huidige maatregelen zijn slechts onvoldoende stappen gezien de omvang van de uitdaging die ons te wachten staat.
Men herstelt een land niet met illusies, ook al draagt de coalitie de naam van een woestijn.
In het belang van zijn optimale verspreiding bieden wij u een automatische vertaling van dit artikel met behulp van kunstmatige intelligentie.
De Stichting is niet verantwoordelijk voor de kwaliteit en de nauwkeurigheid van deze machinevertaling.
Dit artikel is oorspronkelijk in het Frans geschreven, dus het is de franse versie waarnaar in alle gevallen moet worden verwezen