
Het nieuwe Strafwetboek verlaat de klassieke indeling in overtredingen, wanbedrijven en misdaden en vervangt dit door een systeem van acht strafniveaus. Gewone fiscale fraude wordt ondergebracht in strafniveau 2, terwijl ernstige fiscale fraude en fiscale valsheidsmisdrijven worden ingedeeld in strafniveau 3.
Dit zorgt ervoor dat de minimumgevangenisstraf voor de meeste fiscale misdrijven stijgt en dat voor gewone fiscale fraude de maximale gevangenisstraf stijgt van twee naar drie jaar. De hervorming is zeker niet bedoeld als een versoepeling van het fiscaal strafrecht.
Dit blijkt ook uit het feit dat de fiscale wetgever heeft gekozen om de bestaande hoge geldboetes voor fiscale misdrijven te behouden. Voor zowel gewone als ernstige fiscale fraude, fiscale valsheid en verschillende andere fiscale misdrijven kan de rechter voortaan een bijkomende geldboete opleggen van 2.000 euro tot 4.000.000 euro. Na toepassing van de indexeringsregels (opdeciemen) komt dit neer op een effectieve boetevork van 2.500 euro tot 5.000.000 euro. Daarmee blijven de geldboeten voor fiscale misdrijven hoger én afwijkend van andere financieel-economische misdrijven zoals oplichting of misbruik van vennootschapsgoederen.
Maar de hervorming beperkt zich niet tot een loutere herindeling van de gevangenisstraffen en geldboetes. Boek I van het nieuwe Strafwetboek voorziet een veel breder sanctiearsenaal dan voorheen. Naast de klassieke gevangenisstraf en de geldboete beschikt de strafrechter voortaan over bijkomende mogelijkheden om de sanctie af te stemmen op de concrete omstandigheden van de zaak.
In fiscale strafzaken zal de aandacht meer dan ooit verschuiven naar vermogensgerichte sancties. De klassieke verbeurdverklaring blijft bestaan, maar wordt verder versterkt. Zo zullen vermogensvoordelen die rechtstreeks uit fiscale fraude voortvloeien, waaronder de ontdoken belastingen, verplicht worden verbeurdverklaard (zij het met mogelijkheid tot matiging). Bovendien kan de rechter voortaan ook ambtshalve overgaan tot een dergelijke verbeurdverklaring.
Daarnaast introduceert het nieuwe Strafwetboek een volledig nieuwe sanctie: de geldstraf gebaseerd op het vermogensvoordeel. Deze bijkomende straf kan oplopen tot driemaal het voordeel dat de veroordeelde uit het misdrijf heeft behaald of hoopte te behalen. De strafrechter kan deze straf opleggen in plaats van de geldboete indien hij deze laatste niet ernstig genoeg acht voor de gepleegde fraude. Deze sanctie kan dus bijzonder zwaar doorwegen en bovendien gecombineerd worden met de verbeurdverklaring. Waar de verbeurdverklaring erop gericht is het wederrechtelijk verkregen voordeel weg te nemen, heeft deze nieuwe geldstraf een duidelijk bestraffend karakter en kan zij de financiële impact van een veroordeling aanzienlijk vergroten.
Een andere opvallende nieuwigheid is het beroepsverbod. Wanneer een persoon zijn beroep ernstig heeft misbruikt om een misdrijf te plegen, kan de rechter voortaan verbieden om dat (specifieke) beroep gedurende één tot vijf jaar uit te oefenen. Accountants, bestuurders, consultants of andere professionele dienstverleners die hun functie hebben aangewend om fraude mogelijk te maken, kunnen hierdoor niet alleen financieel worden getroffen, maar ook hun beroepsactiviteiten verliezen. Deze sanctie komt erbij naast de bestaande bestuurs- en koopmansverboden. Beide sancties kunnen gecombineerd worden.
Naast strengere sanctiemogelijkheden verruimt het nieuwe Strafwetboek ook de strafbaarheid zelf. Zo wordt de poging tot een opzettelijk misdrijf in principe altijd strafbaar. Voor fiscale fraude betekent dit een belangrijke uitbreiding van de strafrechtelijke risico's. Waar tot gisteren enkel in uitzonderlijke gevallen een poging tot fiscale fraude strafbaar is, zal dat vanaf vandaag voor de meeste fiscale fraudemisdrijven het geval zijn.
De inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek betekent geen versoepeling van het fiscaal strafrecht. Integendeel. De hoge fiscale geldboetes blijven behouden en de maximale financiële impact van een fiscale strafzaak neemt zelfs toe door de verplichte verbeurdverklaring, de nieuwe geldstraf gebaseerd op het behaalde of verwachte vermogensvoordeel en het veralgemeende beroepsverbod.
In een context waarin niet alleen de kwalificatie van de feiten, maar ook de straftoemeting steeds belangrijker wordt, zijn een grondige analyse van het dossier en een doordachte processtrategie essentieel.
Mocht u worden geconfronteerd met een fiscaal-strafrechtelijk onderzoek of een fiscale controle met mogelijke strafrechtelijke implicaties, aarzel dan niet om ons gespecialiseerd procedureteam te contacteren voor toelichting.