
De nieuwe door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties bevatten uitzonderlijk informatie tot en met 11 maart. Dat is een latere afsluitdatum dan gebruikelijk. In het basisscenario wordt verwacht dat de totale inflatie uitkomt op gemiddeld 2,6% in 2026, 2,0% in 2027 en 2,1% in 2028. De inflatie is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de projecties van december, met name voor 2026. Dit heeft te maken met de energieprijzen die hoger zullen uitkomen vanwege de oorlog in het Midden-Oosten. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen zal volgens de medewerkers uitkomen op gemiddeld 2,3% in 2026, 2,2% in 2027 en 2,1% in 2028. Dit is ook hoger dan in het beloop van de projecties van december, hoofdzakelijk vanwege de hogere energieprijzen die doorwerken naar de inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen. De medewerkers verwachten dat de economische groei uitkomt op gemiddeld 0,9% in 2026, 1,3% in 2027 en 1,4% in 2028. Dit komt neer op een neerwaartse bijstelling, vooral voor 2026, en vormt de weerslag van de mondiale effecten van de oorlog op grondstoffenmarkten, reële inkomens en het vertrouwen. Tegelijkertijd zouden de lage werkloosheid, de solide balansen van de private sector en de overheidsuitgaven voor defensie en infrastructuur de groei moeten blijven ondersteunen.
In lijn met de vastberadenheid van de Raad van Bestuur om bij de monetairbeleidsstrategie risico’s en onzekerheden mee te nemen bij de besluitvorming, hebben medewerkers ook beoordeeld hoe de oorlog in het Midden-Oosten de economische groei en de inflatie zou kunnen beïnvloeden in enkele alternatieve scenario’s ter illustratie. Deze scenario‘s worden samen met de projecties van medewerkers op de website van de ECB gepubliceerd. De scenarioanalyse geeft aan dat een langdurige verstoring van de olie- en gastoevoer zou leiden tot een inflatie die boven en een groei die onder het basisscenario uitkomt. De effecten voor de inflatie op middellange termijn worden vooral bepaald door de omvang van de indirecte en tweederonde-effecten van een sterkere en langer aanhoudende energieschok.
De Raad van Bestuur volgt een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. De rentebesluiten van de Raad zullen in het bijzonder gebaseerd zijn op zijn beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. De Raad van Bestuur legt zich niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.
De rente op de depositofaciliteit, de rente op de basisherfinancieringstransacties en de rente op de marginale beleningsfaciliteit blijven ongewijzigd op respectievelijk 2,00%, 2,15% en 2,40%.
De APP- en PEPP-portefeuilles nemen in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo af, aangezien het Eurosysteem niet langer de aflossingen op effecten die de vervaldatum hebben bereikt herinvesteert.
***
De Raad van Bestuur staat klaar om alle instrumenten binnen zijn mandaat aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich stabiliseert op zijn doelstelling van 2% op middellange termijn en om de soepele transmissie van het monetair beleid te handhaven. Bovendien is het transmissiebeschermingsinstrument beschikbaar om ongerechtvaardigde, wanordelijke marktontwikkelingen tegen te gaan die een ernstige bedreiging vormen voor de transmissie van het monetair beleid in alle landen van het eurogebied. Het zal de Raad van Bestuur in staat stellen zijn mandaat op het vlak van prijsstabiliteit effectiever te vervullen.
De president van de ECB heeft de overwegingen die aan deze beslissingen ten grondslag liggen, toelichten op een persconferentie voorgesteld (persconferentie).
Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.