• FR
  • NL
  • EN

Kaaimantaks: opvolging 2025 van de aanbevelingen

Het Rekenhof is nagegaan welk gevolg werd gegeven aan de aanbevelingen die het had geformuleerd in zijn audit van april 2023, over de slagkracht van de kaaimantaks 2.0. Het is van oordeel dat werd tegemoetgekomen aan zes van de veertien aanbevelingen en dat vier aanbevelingen nog in uitvoering zijn. Vier aanbevelingen werden niet of onvolledig uitgevoerd.

Recent vernietigde het Grondwettelijk Hof echter een aantal wetsbepalingen van de herwerkte kaaimantaks 2.1 .


Achtergrond: de kaaimantaks

Om belastingontduiking en -ontwijking via juridische, veelal buitenlandse constructies te bestrijden, voerde België in 2015 de kaaimantaks in. Dat is een zogeheten ‘doorkijkbelasting’, waarbij de inkomsten uit een juridische constructie belast worden bij de oprichters of begunstigden, alsof ze die zelf rechtstreeks hadden verkregen.

Om misbruik en achterpoortjes weg te werken, werd de regeling in 2017 aangescherpt, zodat vaak sprake is van een kaaimantaks 1.0 (vóór 2017) en een kaaimantaks 2.0 (na 2017).


Kaaimantaks 2.1

Twee jaar na zijn initiële audit stelt het Rekenhof vast dat de programmawet van 22 december 2023 bijna alle gesignaleerde wetgevende gebreken van de kaaimantaks 2.0 heeft weggewerkt.

Vanaf 1 januari 2024 (aanslagjaar 2025) legt de herwerkte kaaimantaks 2.1 bijgevolg nieuwe regels op voor de inkomsten en uitkeringen van juridische constructies.

Zo zijn er zogeheten ‘tussenconstructies’ in het leven geroepen en werd het begrip ‘oprichter’ uitgebreid met een vorm van onrechtstreeks oprichterschap. Voortaan wordt ook verondersteld dat een natuurlijk persoon de oprichter van een juridische constructie is wanneer hij in een centraal register van uiteindelijke begunstigden (UBO-register) wordt vermeld als een uiteindelijke begunstigde van de juridische constructie. Dat moet het moeilijker maken om de kaaimantaks te ontwijken.

Om te vermijden dat de kaaimantaks voordeliger is dan wanneer hij niet wordt toegepast, is bovendien de vrijstellingsregeling aangescherpt. Zo wordt de vrijstelling geweigerd wanneer de inkomsten die de juridische constructie uitkeert afkomstig zijn van vrijgestelde meerwaarden op aandelen of vastgoed.


Arrest Grondwettelijk Hof

Op 18 september 2025 verscheen een arrest van het Grondwettelijk Hof, dat de kaaimantaks 2.1 gedeeltelijk terugschroefde.

Beleggingsinstellingen en fonds dédiés

Beleggingsinstellingen waarvan de rechten voor meer dan 50 % door één persoon of meer met elkaar verbonden personen worden aangehouden (bijvoorbeeld de zogeheten fonds dédiés), zouden automatisch als juridische constructies worden beschouwd.

Het Grondwettelijk Hof stelt nu dat beleggers ook in een dergelijke situatie de mogelijkheid moeten hebben om aan te tonen dat het fonds niet louter uit fiscale motieven werd opgericht.

Exitheffing

Wanneer een Belgische oprichter zijn woonplaats of zetel van fortuin naar het buitenland verplaatst, is volgens de kaaimantaks 2.1 een exitheffing van toepassing.

Het arrest vernietigt deze exittaks niet, maar beperkt het toepassingsgebied tot de zogenoemde ‘Belgische periode’ waarin het vermogen is opgebouwd.

Substance-uitsluiting en economische activiteit

Daarnaast is de kaaimantaks niet van toepassing op juridische constructies met een daadwerkelijke economische activiteit (substance-uitsluiting).

Om te voorkomen dat activiteiten die betrekking hebben op het beheer van het privévermogen als economische activiteit zouden worden aangemerkt, had de kaaimantaks 2.1 de definitie van het begrip ‘economische activiteit’ beperkt tot “het leveren van goederen of diensten op een bepaalde markt”.

Hoewel het Grondwettelijk Hof oordeelt dat het beheer van privévermogen geen economische activiteit is maar de uitoefening van het eigendomsrecht, bestempelt het deze aangescherpte definitie als in strijd met het Europese recht.


Werk in uitvoering

Om de budgettaire impact van de kaaimantaks op te volgen, is de verplichting om juridische constructies te vermelden in de aangifte van de personenbelasting en de rechtspersonenbelasting uitgebreid, onder meer met een opgave van alle inkomsten van elke juridische constructie.

Het aanbevolen overleg om gegevens over juridische constructies waarvan de oprichter is overleden systematisch uit te wisselen met de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD) is in het najaar 2025 van start gegaan. Deze uitwisseling is belangrijk om het risico te verkleinen dat het vererfde kapitaal in hoofde van de oprichter-erfgenaam niet wordt belast.

De aanbeveling om het UBO-register in bulk te gebruiken voor risicoanalyse stoot voorlopig op juridische bezwaren. Ook van een versoepeling van de procedure voor buitenlandse bankonderzoeken is nog geen sprake. Evenmin werden vorderingen geboekt bij het onderzoek naar toegang tot de brongegevens van de Offshore Leaks-databank (ICIJ).

Vooruitgang is er wel bij de ondersteuning van fiscale controles, onder meer via een cursus over de kaaimantaks voor controleambtenaren en een standpunt van de fiscus over de wisselwerking tussen de kaaimantaks en de dubbelbelastingverdragen. Een circulaire over de kaaimantaks is in voorbereiding.

Mots clés

Articles recommandés

Wanneer het kabinet van minister van Financiën Jan Jambon zijn minachting toont tegenover belastingadviseurs.

Diverse wijzigingen van de Waalse tewerkstellingsmaatregelen

De kmo betaalt, innoveert en creëert jobs. Wat krijgt ze terug?