
De kmo’s worden gelauwerd en in de bloemetjes gezet, onder andere door de Made-In Awards, omdat ze innovatief zijn, nieuwe producten en diensten op de markt brengen en voor tewerkstelling zorgen. Maar er is eigenlijk nog een andere reden waarom we ze zouden moeten lauweren.
In het begin van het nieuwe jaar is het soms goed om even naar de rekeningen te kijken. Vele inkomsten van de overheid daalden, maar de Belgische inkomsten uit vennootschapsbelasting stegen. De totale inkomsten uit vennootschapsbelasting bedroegen 22,1 miljard euro in 2024. Die inkomsten stijgen jaar na jaar. Ter vergelijking: tien jaar geleden, in 2014, bedroegen de inkomsten uit vennootschapsbelasting 14 miljard euro, evenveel als wat vandaag door Vlaanderen alleen wordt betaald.
We moeten natuurlijk rekening houden met de inflatie. In 2014 bedroegen de inkomsten uit vennootschapsbelasting 3,3% van het bbp; in 2024 is dat 3,6%, of dus toch 10% hoger dan toen. Vennootschappen dragen vandaag dus meer bij dan tien jaar geleden.
De 283.000 Vlaamse bedrijven betaalden samen 13,7 miljard euro aan vennootschapsbelasting. Vlaanderen betaalt dus 63% van de Belgische vennootschapsbelasting. Dat komt neer op gemiddeld 50.000 euro per onderneming per jaar. Vlaanderen vertegenwoordigt 58% van het bruto binnenlands product van België en eveneens 58% van de bevolking. Het Vlaamse aandeel in de belastingen is dus groter dan haar economisch gewicht en groter dan haar aandeel in de bevolking.
Die relatief grotere bijdrage is eigenlijk, ironisch genoeg, goed nieuws. Ze betekent dat Vlaamse kmo’s relatief meer winst genereren dan Brusselse of Waalse kmo’s. De Waalse onderneming betaalt gemiddeld 42.000 euro, de Brusselse 81.000 euro, of bijna dubbel zoveel als de Waalse. Hier zit uiteraard een vertekening, omdat veel grote Belgische en buitenlandse bedrijven in Brussel gevestigd zijn (cijfers: Trends Business Information).
Als we kijken naar de grootte van de ondernemingen, stellen we vast dat de kmo’s met minder dan 50 werknemers samen 14,3 miljard euro betaalden, of 65% van alle vennootschapsbelasting. Het gemiddeld bedrag per onderneming bedraagt 33.000 euro. Opmerkelijk is dat bijna de helft van dat bedrag afkomstig is van vennootschappen zonder personeel, die samen 6,8 miljard euro betaalden. Bedrijven zonder personeel betalen gemiddeld 23.000 euro per jaar, of ongeveer 2.000 euro per maand.
Uit studies blijkt dat gefailleerde ondernemers – het beperkte aantal (3%) frauduleuze faillissementen terzijde gelaten – die kunnen herbeginnen, een grotere kans hebben om te slagen dan zij die het een eerste keer proberen
Innovatie, werkgelegenheid, belastingen, en noem maar op, zijn allemaal redenen waarom we onze kmo’s moeten koesteren. Zij zijn de ruggengraat van onze economie en een bron van welvaart en welzijn. Eenvoudige en stabiele wetgeving, inclusief fiscale wetgeving; gemakkelijke toegang tot kredieten voor duurzame projecten; en een eenvoudig en snel vergunningsbeleid moeten in 2026 de ingrediënten zijn opdat onze kmo’s zouden kunnen floreren.
Ter illustratie: jaarlijks worden in Vlaanderen 1.000 aanvragen tot vernietiging van afgeleverde vergunningen ingediend. Dat getuigt toch niet van ondernemingsvriendelijkheid. Trouwens, voor wie niet slaagt en de boeken moet neerleggen – en we stevenen af op bijna 12.000 faillissementen in 2025 – is het belangrijk een tweede kans te bieden. Immers, uit studies blijkt dat gefailleerde ondernemers – het beperkte aantal (3%) frauduleuze faillissementen terzijde gelaten – die kunnen herbeginnen, een grotere kans hebben om te slagen dan zij die het een eerste keer proberen. Falen is de basis voor succes, zoals het Chinese spreekwoord zegt.
Het grootste gedeelte van de vennootschapsbelasting wordt betaald door Vlaamse kmo’s. Dat wijst er uiteraard op dat vele Vlaamse kmo’s innovatief zijn en er zelfs in moeilijke tijden in slagen winst te genereren. Laat ons er dan ook voor zorgen dat kmo’s waar krijgen voor hun (belasting)geld.
Mijn nieuwjaarsboodschap voor 2026 luidt dan ook: laat ons de kmo’s koesteren zodat ze kunnen floreren. Iedereen wint daarbij. Hopelijk valt die boodschap niet in dovemansoren bij de overheden, de syndicaten, de administraties en de bevolking in haar geheel. Voor mij mag 2026 gerust het jaar van de kmo worden.