• FR
  • NL
  • EN

De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) bedroeg 2,2% in maart tegenover 1,4% in februari en januari.

De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte voedingsmiddelen) bedraagt 2,4% in maart ten opzichte van 2,3% in februari.

De inflatie volgens de consumptieprijsindex (CPI) voor de maand maart bedraagt 1,7% ten opzichte van 1,5% in februari.

Subindices met de grootste positieve impact op de inflatie zijn motorbrandstoffen, huisbrandolie, geneesmiddelen, restaurants en cafés en vliegtuigtickets.

De subindices die deze maand de grootste negatieve impact hebben op de inflatie zijn aardgas, elektriciteit, zuivelproducten en granen.

Eurostat zal op 16 april de geharmoniseerde consumptieprijsindex van de EU-landen voor de maand maart publiceren.

De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) [1] bedroeg 2,2% in maart tegenover 1,4% in februari en januari. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT) [2] bedraagt in maart 2,2% tegenover 1,4% in februari.

De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 2,4% in maart, tegenover 2,3% in februari en 2,5% in januari. De inflatie zonder energieproducten bedraagt, net als in februari, 2,3%.

De inflatie voor voeding bedroeg deze maand -0,8%, tegenover 0,6% vorige maand. De inflatie van olie bedroeg deze maand -4,1% tegenover -3,7% in februari. Voor zuivelproducten is de inflatie -4,1% ten opzichte van -3,1% vorige maand. De inflatie voor vis bedroeg deze maand 0,6% tegenover 1,1% in februari. De inflatie voor brood en granen bedraagt in maart -1,9% ten opzichte van -0,5% in februari. De inflatie van vlees is gedaald van 4,1% vorige maand naar 1,9% in maart.

De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu 0,1%, een stijging ten opzichte van vorige maand (-0,7%). Voeding, daarentegen, levert een bijdrage van -0,1%.

Elektriciteit is momenteel 6,6% goedkoper dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van -14,7% ten opzichte van maart vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 43,0% gestegen ten opzichte van vorig jaar.

Inflatie en impact van de 13 hoofdgroepen op de inflatie

Op basis van de opsplitsing in de 13 hoofdgroepen wordt de hoogste inflatie in maart gemeten voor “Vervoer” (6,7%). De laagste inflatie werd gemeten voor de groep “Voeding en alcoholvrije dranken” (-0,8%). De hoofdgroep die in maart de grootste positieve impact heeft op de inflatie is “Transport” met 0,6 procentpunt. De groep ‘Voeding en alcoholvrije dranken’ had de grootste negatieve impact met -0,5 procentpunt.

Inflatie[3] en impact[4] op de inflatie voor de globale HICP en de 13 hoofdgroepen

Productgroep
Gewicht (‰)
Inflatie op jaarbasis (%)
Impact op inflatie (%-punt)
HICP
HICP-CT
jan/26
feb/26
mrt/26
mrt/26
jan/26
feb/26
mrt/26
0
Totaal bestedingen
1.000,0
1,4
1,4
2,2




1
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
140,8
0,5
0,6
-0,8
-0,8
-0,2
-0,1
-0,5
2
Alcoholische dranken en tabak
54,8
1,3
2,0
1,9
2,2
0,0
0,0
0,0
3
Kleding en schoenen
65,4
9,3
0,7
2,9
2,9
0,3
-0,1
0,0
4
Huisvesting, water en energie
157,3
-1,6
-1,0
0,6
0,6
-0,6
-0,5
-0,4
5
Stoffering en huishoudelijke apparaten
62,7
0,1
-0,1
0,0
0,0
-0,1
-0,1
-0,1
6
Gezondheid
100,6
2,8
3,4
3,4
3,4
0,2
0,2
0,1
7
Vervoer
111,0
0,3
1,5
6,7
6,7
-0,1
0,0
0,6
8
Informatie en communicatie
42,0
3,3
2,8
2,6
2,6
0,1
0,1
0,0
9
Recreatie, sport en cultuur
96,3
2,6
2,1
3,2
3,2
0,1
0,1
0,1
10
Onderwijs
4,6
2,2
2,2
2,2
2,2
0,0
0,0
0,0
11
Hotels, cafés en restaurants
84,1
3,7
4,1
3,7
3,7
0,2
0,3
0,1
12
Verzekeringen en financiële diensten
28,5
2,3
2,2
2,2
2,2
0,0
0,0
0,0
13
Lichaamsverzorging en overige diensten
51,9
1,3
1,5
1,7
1,7
0,0
0,0
0,0

Inflatie volgens specifieke aggregaten

De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.

  • De inflatie voor energiedragers is gestegen ten opzichte van vorige maand. Ze bedraagt in maart 2,1% ten opzichte van -6,8% in februari en -8,9% in januari. Ten opzichte van de voorgaande maand stegen de prijzen gemiddeld met 7,8%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 0,1% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor de bewerkte voedingsmiddelen bedraagt -0,2% in maart ten opzichte van 0,7% in februari en 0,5% in januari. Ten opzichte van februari daalden de prijzen gemiddeld met 0,6%. De gemiddelde inflatie bedraagt 3,2% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor de niet-bewerkte levensmiddelen (fruit, groenten, vlees en vis) bedraagt in maart 0,5% ten opzichte van 2,1% in februari en 1,5% in januari. Ten opzichte van februari daalden de prijzen gemiddeld met 0,5%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 2,2% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor niet-energetische industriële goederen bedraagt in maart 1,6% ten opzichte van 1,1% in februari en 2,3% in januari. Ten opzichte van vorige maand daalden de prijzen gemiddeld met 0,5%.
  • Voor diensten (inclusief huur) bedroeg de inflatie 3,7% in maart tegenover 3,6% in februari en 3,4% in januari. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 3,6% voor de laatste twaalf maanden.

De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte voedingsmiddelen) bedraagt 2,4% in maart. Dat is een lichte stijging ten opzichte van de 2,3% die werd geregistreerd in februari. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 2,7%. Ten opzichte van vorige maand daalden de prijzen van dit subaggregaat met 0,3%.

Inflatie volgens specifieke aggregaten

Specifieke aggregaten
Gewicht (‰)
Inflatie op jaarbasis (%)
12 maandelijks gemiddelde (%)
Maandelijkse wijziging
jan/26
feb/26
mrt/26
mrt/26
mrt/26
Totaal bestedingen
1.000,0
1,4
1,4
2,2
2,4
0,3
Energiedragers
80,4
-8,9
-6,8
2,1
0,1
7,8
Bewerkte levensmiddelen
149,3
0,5
0,7
-0,2
3,2
-0,6
Niet-bewerkte levensmiddelen
46,3
1,5
2,1
0,5
2,2
-0,5
Niet-energetische industriële goederen
259,4
2,3
1,1
1,6
0,6
-0,5
Diensten
464,6
3,4
3,6
3,7
3,6
-0,2
HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie)
873,3
2,5
2,3
2,4
2,7
-0,3

Impact van de subindices op de inflatie

De grootste positieve impact op de inflatie wordt gerealiseerd door motorbrandstoffen met een impact van 0,34 procentpunt. Huisbrandolie heeft een positieve impact van 0,29 procentpunt. Geneesmiddelen hebben een positieve impact van 0,20 procentpunt. Restaurants en cafés hebben een positieve impact van 0,11 procentpunt, net als vliegtuigtickets, die eveneens een positieve impact van 0,11 procentpunt hadden.

Subindices met de grootste positieve impact op de inflatie

Subindex
Gewicht (‰)
Impact op inflatie (%-punt)
2026
mrt/26
07.2.2
Motorbrandstoffen
23,7
0,34
04.5.3
Huisbrandolie
6,9
0,29
06.1.1
Geneesmiddelen
13,8
0,2
11.1.1
Restaurants en cafés
75,2
0,11
07.3.3
Vliegtuigtickets
6,2
0,11

De negatieve impact op de inflatie was het grootst voor aardgas, namelijk -0,43 procentpunt. Elektriciteit heeft een impact van -0,33 procentpunt. Zuivelproducten hebben een negatieve impact van -0,12 procentpunt. Granen hebben tot slot een negatieve impact van -0,10 procentpunt.

Subindices met de grootste negatieve impact op de inflatie

Subindex
Gewicht (‰)
Impact op inflatie (%-punt)
2026
mrt/26
04.5.2
Aardgas
17,8
-0,43
04.5.1
Elektriciteit
31,1
-0,33
01.1.4
Zuivelproducten
16,2
-0,12
01.1.1
Granen
22
-0,1

Vergelijking tussen België en de buurlanden

Aangezien de definitieve HICP voor onze buurlanden pas later wordt bekend gemaakt, kan er slechts een vergelijking gemaakt worden op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van maart. In België bedroeg deze inflatie 2,0% in maart, een stijging ten opzichte van de 1,4% in februari. Nederland tekende een inflatie van 2,6% op in maart; ze steeg daarmee ten opzichte van de 2,3% in februari. In Frankrijk bedroeg de inflatie in maart 1,9%, een stijging ten opzichte van 1,1% in februari. De eerste snelle inflatieraming van de HICP van maart voor Duitsland bedroeg 2,8%, een stijging ten opzichte van februari toen de inflatie 2,0% bedroeg.

Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor maart nog niet publiceerde, is februari de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. In België bedroeg de inflatie op basis van de HICP-CT in februari 1,4% en is daarmee op het niveau van januari gestabiliseerd. In februari bedroeg deze inflatie in Duitsland 2,3%. Dat is een lichte daling ten opzichte van januari toen de inflatie 2,4% bedroeg. De inflatie in Frankrijk steeg van 0,1% in januari tot 0,9% in februari. In Nederland is de inflatie in februari gestabiliseerd op 1,8%.


[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonised Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.

Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:

  • De weging van het pakket aan goederen en diensten in de HICP is hoofdzakelijk gebaseerd op de nationale rekeningen. Op de lagere gedetailleerde niveaus wordt gebruikt gemaakt van het huishoudbudgetonderzoek. De CPI gebruikt hoofdzakelijk het huishoudbudgetonderzoek op alle niveaus.
  • De referentiepopulatie van de HICP bestaat uit particuliere huishoudens (incl. toeristen in België) en bewoners van institutionele huishoudens (o.a. rusthuizen en instellingen). Voor de CPI zijn dit momenteel particuliere huishoudens met een leeftijdsgrens voor de referentiepersoon.
  • In de HICP wordt een binnenlands bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan in België door de referentiepopulatie. Voor de CPI wordt een nationaal bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan door de referentiepopulatie ongeacht de locatie.
  • Voor de HICP wordt geen seizoenscorrectie toegepast, voor de CPI wordt dit gedaan voor buitenlandse reizen en vakantiedorpen.
  • De solden werden in de CPI geneutraliseerd, in de HICP worden deze in de maand opgenomen.
  • Voor huisbrandolie wordt de huidige prijs gebruikt in de berekening van de HICP. In de berekening van de CPI wordt een gewogen 12-maandelijks gemiddelde gehanteerd.

[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP. In deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.

[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.

[4] De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het integreren van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).

Mots clés

Articles recommandés

Politiek en Economie
Studie | Enquete
F.F.F.

De federale staatsschuld is met 2,85 miljard euro afgenomen tegenover de maand februari.

Gepubliceerd op 11 Apr 2026 bij 04:00
Lezen 1min
Politiek en Economie
Studie | Enquete
F.F.F.

Inflatievooruitzichten: gemiddeld 3.2% in 2026 en 2.9% in 2027, !

Gepubliceerd op 11 Apr 2026 bij 04:00
Lezen 2min
Fiscaliteit
Praktijk
F.F.F.

Heb ik met deze brandstofprijzen recht op een hogere kilometervergoeding?

Gepubliceerd op 09 Apr 2026 bij 11:00
Lezen 5min