De auto en de te voet domineren het vervoerslandschap in België terwijl de elektrische fiets terrein wint ...

Mobiliteit is een belangrijk element in het leven van de Belgen: voor alle vervoerswijzen samen zien we dat 50% van hen zich dagelijks verplaatst. De huidige bezorgdheid over het milieu noopt ons echter om onze mobiliteit te herzien.

Hoe verplaatsen de Belgen zich? Hoe vaak?

Welke zijn de meest gebruikte vervoerswijzen?

In het kader van een BEMOB enquête werden deze vragen aan een panel van meer dan 6.000 respondenten gesteld?

De trends blijven ongewijzigd: de auto en te voet gaan blijven de favoriete verplaatsingswijzen van de Belgische bevolking, het openbaar vervoer en de fiets vormen de belangrijkste alternatieven voor de auto, en de vervoerswijzen die te lijden hadden door de gezondheidscrisis (het openbaar vervoer en carpooling) winnen opnieuw aan gebruikers.

Meer dan 90% van de Belgen verplaatst zich het liefst te voet of met de auto

Bovenaan de lijst met de meest gebruikte vervoerswijzen staan verplaatsingen te voet (96%) en met de auto (94%). Meer dan de helft van de bevolking gebruikt deze minstens 3 keer per week.

Het openbaar vervoer en de fiets zijn de twee populairste alternatieven voor de auto en worden door respectievelijk 67% en 57% van de Belgen gebruikt. De uitdagingen op milieu- en klimaatvlak verklaren deels waarom duurzamere mobiliteit aantrekkelijker wordt.

Achter deze gemiddelden gaan wel grote verschillen schuil. De fiets wordt veel meer gebruikt in het noorden van het land (76% van de Vlamingen fietst, tegenover 37% van de Brusselaars en 31% van de Walen), terwijl het openbaar vervoer dan weer populairder is in stedelijke gebieden (57% van de Brusselaars maakt er minstens één keer per week gebruik van, tegenover 18% van de Vlamingen en Walen).

Meer dan een kwart van de Belgen rijdt met een elektrische fiets

De ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit verlopen traag. Tussen 2022 en 2023 zien we een lichte vooruitgang in het gebruik van de verplaatsingswijzen die nog de naweeën van de gezondheidscrisis ondervonden: het openbaar vervoer (van 65% naar 67% gebruikers, en van 21% naar 22% ten minste één keer per week), en carpooling (van 23% naar 25% als bestuurder, en van 27% naar 29% als passagier).

De meest zichtbare ontwikkeling is echter de stijging in populariteit van elektrische fietsen. Het aantal gebruikers daarvan is in een jaar tijd gestegen van 24% naar 28%, terwijl dat van niet-elektrische fietsen stagneert. Dit is vooral het geval buiten de steden: de regelmatige Vlaamse fietser die buiten een grote stad woont, gebruikt nu vaker een elektrische fiets dan een niet-elektrische fiets.

De aankoopintenties laten ook zien dat 13% van de gebruikers van een niet-elektrische fiets erover denkt om deze in de toekomst door een elektrische fiets te vervangen.

Verschillen tussen de gewesten op het vlak van fietsgebruik

Uit de analyse van de verplaatsingen met de fiets blijkt dat 30% van de fietsers de fiets enkel gebruikt om fietstochtjes te maken, een percentage dat aanzienlijk hoger ligt in Wallonië (67%) dan in Vlaanderen (21%). Een modale verschuiving weg van de wagen is echter enkel denkbaar in het geval waarbij de fiets utilitair wordt gebruikt voor woon-werkverplaatsingen of om boodschappen te doen. Hieruit blijkt hoe belangrijk het is een onderscheid te maken tussen de soorten verplaatsingen per fiets om de mobiliteitsgewoonten van fietsers beter te begrijpen.

Methode

De resultaten van dit verslag behelzen de gegevens van vier analysegolven, uitgevoerd tussen maart en december 2023 bij een panel van 6.240 respondenten tussen de 18 en 79 jaar oud. Ze werden bevraagd over de gebruiksfrequentie van hun dagelijkse verplaatsingswijzen (auto, openbaar vervoer, actieve vervoerswijzen, micromobiliteit, motorfiets of bromfiets).

Het volledige verslag is beschikbaar op deze website (ook in bijlage)





Mots clés

Articles recommandés

30% minder werknemers overwegen carrièreswitch in vergelijking met 3 jaar geleden

Focus op het ondernemingsverslag 2023 van de NBB

Vragen en antwoorden over de herziene richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD)