• FR
  • NL
  • EN

Competitie of samenwerking: en als vooruitgang rivaliteit nodig heeft?

Op het moment dat staten proberen fiscale concurrentie te neutraliseren in naam van billijkheid en rechtvaardige bijdrage, biedt een ander wereldwijd strijdtoneel een opvallend contrast: dat van wetenschappelijk onderzoek, en meer bepaald de zoektocht naar de ‘kunstzonne’, met andere woorden kernfusie. Twee werelden, twee logieken… en misschien dezelfde fundamentele vraag: kan men echt innoveren zonder rivaliteit?


Fiscale concurrentie neutraliseren: een begrijpelijke politieke verleiding

Al meer dan tien jaar is de internationale gemeenschap, onder impuls van de OESO en de G20, aan een ambitieuze onderneming begonnen: de fiscale competitie tussen staten verminderen.

Minimumbelastingpijler, bestrijding van erosie van belastinggrondslagen, regulering van rulings, geleidelijke harmonisatie van regels… Het doel is duidelijk: een race naar de bodem vermijden, een eerlijker gedrag garanderen, een minimale bijdrage van iedereen verzekeren.

Op politiek vlak is de logica aantrekkelijk. Maar op economisch en strategisch vlak blijft een prangende vraag bestaan: wat verliezen we wanneer alle vormen van concurrentie worden afgeschaft?

Want concurrentie, hoe imperfect ook, is altijd een hefboom geweest voor aantrekkelijkheid, innovatie en transformatie.


Kernfusie: vooruitgang gevoed door rivaliteit

Laten we elders kijken. Laten we naar de wetenschap kijken. Kernfusie, die energiegraal waar sinds decennia naar wordt gestreefd, vordert niet door zachte consensus. Ze gaat vooruit door gebroken records, door spectaculaire doorbraken, door een bewuste competitie tussen grote wetenschappelijke grootmachten.

De recente Chinese doorbraak met de EAST-reactor, bijgenaamd de ‘kunstzonne’, is een sprekend voorbeeld daarvan. Door de Greenwald-limiet — tot nu toe beschouwd als een fysieke grens — te overschrijden, hebben Chinese onderzoekers een schakel verbroken die men voor bijna onoverkomelijk hield.

Waarom? Omdat ze de moed hadden om te gaan waar anderen nog niet waren geweest, gedreven door de ambitie om leiders te worden. Stel u even voor dat men op wetenschappelijk onderzoek dezelfde logica toepast als op internationale fiscaliteit: gedeelde doelstellingen, neutraliseren van concurrentie, gemeenschappelijk ritme, gezamenlijke resultaten… Zouden we vandaag een reële kans hebben om industriële kernfusie te benaderen? Niets is minder zeker.


Concurrentie als fundamentele menselijke drijfveer

Men moet soms een ongemakkelijke waarheid accepteren: de mens wordt gedreven door het verlangen te overtreffen, te domineren, te leiden, veel eerder dan door het verlangen samen te werken. Samenwerking komt vaak na succes, zelden ervoor.

Deze antropologische eigenschap doorsnijdt economie, geopolitiek, wetenschap… en wordt dagelijks weerspiegeld in internationale machtsverhoudingen. Donald Trump, karikatuur of onthuller, is daarvan een harde maar doeltreffende illustratie: de echte wereld is niet neutraal, zij is competitief.

Proberen deze dynamieken kunstmatig af te vlakken, hetzij door fiscaliteit hetzij door overdreven regulering, is soms gelijk aan het afremmen van de energieën die men pretendeert te kanaliseren.


Energie, klimaat en eindigheid: de urgentie van resultaat

Kernfusie is niet alleen een wetenschappelijk huzarenstuk. Ze zou het systemische antwoord kunnen worden op de klimaatcrisis, de relatieve schaarste aan grondstoffen en onze energieafhankelijkheid.

Sinds vier eeuwen is energie de motor van menselijke vooruitgang. Elke energiedoorbraak heeft een nieuwe economische en sociale wereld gevormd. In een context van eindigheid, waar grondstoffen niet langer als oneindig worden gezien, is de vraag niet langer alleen moreel of ideologisch. Ze is existentiëel.

En gezien dergelijke uitdagingen toont de geschiedenis aan dat het zelden de meest geneutraliseerde systemen zijn die de beslissendste doorbraken voortbrengen.


Van software veranderen

De echte vraag is dus niet of men moet samenwerken of concurreren. De vraag is wanneer en op welke terreinen. Fiscale concurrentie volledig neutraliseren zonder de prikkels voor innovatie en aantrekkelijkheid te herdenken, komt misschien neer op het vergeten van een essentiële les: vooruitgang ontstaat zelden uit uniformiteit.

Zoals in de zoektocht naar de kunstzonne zijn het vaak geïnspireerde, gedurfde en bewuste trajecten die mogelijk maken wat gisteren nog onmogelijk leek. En als we in plaats van concurrentie uit te wissen, leren om haar op een intelligente manier te sturen?


Deze opinie werd ook gepubliceerd in L’Echo

Mots clés