
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 29/06/2026 de Circulaire 2026/C/68 over de terugbetaling van elektriciteitskosten door de werkgever voor het thuis opladen van een bedrijfswagen – maximaal vast tarief per kWh – derde kwartaal 2026 – verduidelijking meetnauwkeurigheid.
Deze circulaire is een addendum bij de circulaire 2024/C/77 van 05.12.2024 over de terugbetaling van elektriciteitskosten door de werkgever voor het thuis opladen van een bedrijfswagen.
II. Maximaal vast tarief per kWh – derde kwartaal 2026
III. Verduidelijking meetnauwkeurigheid gebruikte meetsystemen
1. Deze circulaire deelt voor het derde kwartaal van 2026 het maximaal vast tarief per kWh (1) mee en verduidelijkt de voorwaarden inzake de meetnauwkeurigheid van de gebruikte meetsystemen.
(1) Zie randnummers 26 tot en met 32 van de circulaire 2024/C/77 van 05.12.2024 over de terugbetaling van elektriciteitskosten door de werkgever voor het thuis opladen van een bedrijfswagen, en de addenda van 01.04.2025, 17.06.2025, 18.09.2025, 17.12.2025 en 18.03.2026.
2. Het maximaal vast tarief per kWh voor het derde kwartaal van 2026 is gelijk aan het gemiddelde van de gemiddelde commerciële elektriciteitsprijzen all-in (2) op de kleinhandelsmarkt voor residentiële klanten met een huishouden met digitale teller, een elektrisch voertuig, een verbruik van 8.000 kWh/jaar en gemiddelde maandpiek van 7,36 kW, van de maanden februari, maart en april 2026 (3).
(2) De all-in prijs bevat de volgende componenten: de prijs voor de energie, de netwerkkosten (transmissie/transport en distributie), de heffingen en toeslagen en btw.
(3) Zie randnummers 27 en 28 van voornoemde circulaire van 05.12.2024.
3. Vanaf april 2025 worden de gemiddelde commerciële elektriciteitsprijzen all-in onderliggend aan deze berekening niet langer meer gepubliceerd in de maandelijkse boordtabel van de CREG (4), maar worden die afzonderlijk gepubliceerd in het csv-bestand van de CREG (5).
(4) Zie randnummer 27 van voornoemde circulaire van 05.12.2024.
(5) Zie www.creg.be > Prijzen en Tarieven > CREG-tarief voor terugbetaling thuisladen bedrijfswagens.
4. Hierna volgt de berekening van het maximaal vast tarief per kWh voor het derde kwartaal van 2026 op basis van de gemiddelde commerciële elektriciteitsprijzen all-in op de kleinhandelsmarkt voor residentiële klanten met een huishouden met digitale teller, een elektrisch voertuig, een verbruik van 8.000 kWh/jaar en gemiddelde maandpiek van 7,36 kW, van de maanden februari, maart en april 2026 zoals gepubliceerd in het voornoemde csv-bestand van de CREG.
Gemiddelde commerciële elektriciteitsprijzen all-in op de kleinhandelsmarkt voor residentiële klanten met een huishouden met digitale teller, een elektrisch voertuig, een verbruik van 8.000 kWh/jaar en gemiddelde maandpiek van 7,36 kW (in eurocent/kWh) | |||
Vlaams Gewest | Brussels Hoofdstedelijk Gewest | Waals Gewest | |
Februari 2026 | 33,16 | 38,29 | 38,75 |
+ Maart 2026 | + 30,79 | + 35,63 | + 36,36 |
+ April 2026 | + 32,71 | + 37,64 | + 38,38 |
Totaal | = 96,66 | = 111,56 | = 113,49 |
/3 | /3 | /3 | |
= 32,22 | = 37,19 | = 37,83 | |
5. Voor het derde kwartaal van 2026 bedraagt het maximaal vast tarief per kWh:
- Vlaams Gewest: 32,22 eurocent/kWh
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 37,19 eurocent/kWh
- Waals Gewest: 37,83 eurocent/kWh
6. Een overzicht van het maximaal vast tarief per kWh vanaf het eerste kwartaal van 2025 bevindt zich in bijlage.
7. Het huidige randnummer 21 van voornoemde circulaire van 05.12.2024 stelt het volgende:
Voor wat betreft de meting van de hoeveelheid elektriciteit die er wordt verbruikt, wordt vereist dat elk vanaf 01.01.2025 nieuw aangekocht, gehuurd of geleased systeem, voor terugbetalingen van elektriciteitskosten die betrekking hebben op de periode vanaf 01.01.2025, moet beschikken over een kWh meting die voldoet aan de voorwaarden qua nauwkeurigheid zoals opgelegd in het inspectieprotocol wanneer de nauwkeurigheid beperkt is tot 2% op de meting of voldoet aan nauwkeurigheidsklasse B volgens het KB van 15.04.2016 (11) of een gelijkwaardige klasse volgens een andere norm.
(11) Koninklijk Besluit van 15.04.2016 betreffende meetinstrumenten (B.S. 20.04.2016 – Numac: 2016011152).
8. De bedoeling van dat randnummer 21 is duidelijk: waarborgen dat de terugbetaling van elektriciteitskosten steunt op een objectief, voldoende nauwkeurig en controleerbaar meetsysteem. Deze doelstelling wordt reeds volledig bereikt door de vereiste dat de kWh‑meting moet voldoen aan nauwkeurigheidsklasse B zoals bepaald in het koninklijk besluit van 15.04.2016, of aan een gelijkwaardige norm. De bijkomende verwijzing naar het inspectieprotocol is hiervoor niet nodig en blijkt bovendien inhoudelijk niet relevant.
9. Randnummer 21 van voornoemde circulaire van 05.12.2024 luidt daarom voortaan als volgt: Voor wat betreft de meting van de hoeveelheid elektriciteit die er wordt verbruikt, wordt vereist dat elk vanaf 01.01.2025 nieuw aangekocht, gehuurd of geleased systeem, voor terugbetalingen van elektriciteitskosten die betrekking hebben op de periode vanaf 01.01.2025, moet beschikken over een kWh meting die voldoet aan nauwkeurigheidsklasse B volgens het KB van 15.04.2016 (11) of een gelijkwaardige klasse volgens een andere norm.
10. Er wordt nogmaals aan herinnerd dat de bepalingen van voornoemde circulaire van 05.12.2024 blijvend van kracht zijn, zonder een vooraf bepaalde einddatum, en dit tot de toepassing ervan zou worden ingetrokken (6).
(6) Zie randnummers 7 en 8 van de circulaire 2025/C/38 over de terugbetaling van elektriciteitskosten door de werkgever voor het thuis opladen van een bedrijfswagen – maximaal vast tarief per kWh – derde kwartaal 2025 – permanente toepassing van 17.06.2025.