
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting publiceerde op 18/03/2026 de Circulaire 2026/C/42 - FAQ TOB – Taks op de beursverrichtingen (versie 2).
Deze circulaire vervangt FAQ TOB d.d. 04.05.2018 (versie 1)
1. Wie is de schuldenaar van de TOB?
2. Welke verrichtingen worden aan de TOB onderworpen?
3. Welke roerende waarden worden bedoeld door de TOB?
4. Wanneer is een verrichting in België aangegaan of uitgevoerd?
5. Wanneer heeft een natuurlijke persoon zijn gewone verblijfplaats in België?
6. Wie is een tussenpersoon van beroep?
8. Is de TOB verschuldigd bij de uitgifte van effecten en roerende waarden?
10. Hoe wordt de belastbare grondslag van de TOB bepaald?
11. Wat is het tarief van de TOB?
12. Wordt het bedrag van de TOB beperkt?
13. Wat is de termijn om de TOB te betalen?
14. Wat is de termijn om de aangifte in te dienen?
15. Waar moet de aangifte worden ingediend?
16. Waar en hoe moet de TOB worden betaald?
18. In welke munt moeten de aangifte en de betaling gebeuren?
19. Wie is de ordergever in het geval van discretionair vermogensbeheer?
22. Wie is de schuldenaar van de TOB in geval van vruchtgebruik?
24. Kan een ordergever een mandataris aanduiden?
28. Hoe kan de terugbetaling van teveel betaalde TOB worden verkregen?
Art. 120, tweede lid, 1262 en 1263, WDRT (1)
Er worden 3 categorieën van belastingschuldigen van de TOB onderscheiden:
- de in België gevestigde tussenpersonen van beroep, voor de verrichtingen die zij voor rekening van derden, of voor hun eigen rekening stellen
- de erkende aansprakelijke vertegenwoordigers die door een niet in België gevestigde tussenpersoon van beroep werden aangesteld voor de verrichtingen die die laatste, hetzij voor rekening van derden, hetzij voor zijn eigen rekening heeft gesteld
- de natuurlijke personen met gewone verblijfplaats in België en de rechtspersonen voor rekening van een zetel of van een vestiging ervan in België, voor de verrichtingen die in hun naam en voor hun rekening zijn aangegaan of uitgevoerd door een in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep, tenzij ze kunnen aantonen dat de TOB voldaan werd.
(1) Wetboek diverse rechten en taksen.
Art. 120, eerste lid, WDRT
De verrichtingen die overeenkomstig art. 120, WDRT, aan de taks zijn onderworpen, zijn:
- de afstand en de verwerving onder bezwarende titel van Belgische of vreemde openbare fondsen
- de inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap,
wanneer die verrichtingen in België zijn aangegaan of uitgevoerd.
Art. 120, WDRT
De roerende waarden die door de TOB worden bedoeld zijn de Belgische of vreemde openbare fondsen, met name alle effecten die door hun aard kunnen worden verhandeld op een secundaire markt voor financiële instrumenten. Het is niet vereist dat ze effectief worden verhandeld.
Het gaat onder meer om:
- aandelen
- certificaten die aandelen vertegenwoordigen
- obligaties en kasbons
- aandelen van Beveks
- rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen
- trackers, ook 'exchange traded funds' (ETF) genoemd.
Worden niet aan de TOB onderworpen, de verrichtingen die betrekking hebben op:
- opties
- swaps
- futures
- 'contracts for difference' (CFD).
Art. 120, WDRT
Een verrichting is in België aangegaan of uitgevoerd wanneer:
- een in België gevestigde tussenpersoon van beroep tussenkomt bij het aangaan of de uitvoering van de verrichting, of
- het order van die verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep wordt gegeven:
* hetzij door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in België
* hetzij door een rechtspersoon voor rekening van een zetel of van een vestiging ervan in België.
Een natuurlijke persoon heeft zijn gewone verblijfplaats in België wanneer hij onderworpen is aan de personenbelasting.
De gewone verblijfplaats stemt doorgaans overeen met de fiscale woonplaats en wordt in voorkomend geval bepaald volgens de regels van de Common Reporting Standard (CRS).
De belangrijkste tussenpersonen van beroep zijn de kredietinstellingen, de beursvennootschappen en handelsplatformen ongeacht of ze als commissionair, makelaar of mandataris (lasthebber) tussenkomen voor één van de partijen (de verkoper of de koper).
Art. 1261, 1°, WDRT
De verrichtingen waarin geen tussenpersoon van beroep optreedt of een overeenkomst sluit, hetzij voor rekening van één van de partijen, hetzij voor eigen rekening, zijn vrijgesteld van de TOB.
De verrichtingen die rechtstreeks tussen particulieren worden aangegaan of uitgevoerd, worden bijgevolg niet aan de taks onderworpen.
De uitgiften van effecten en roerende waarden zijn niet aan de TOB onderworpen, noch ten name van de uitgever, noch ten name van de intekenaar.
Art. 1261, 2°, WDRT
De verrichtingen die door een niet-inwoner, voor zijn eigen rekening, worden aangegaan of uitgevoerd, zijn vrijgesteld van de TOB.
Een niet-inwoner is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die in België noch zijn woonplaats, noch de zetel van zijn fortuin, noch zijn maatschappelijke zetel, noch zijn voornaamste inrichting, noch zijn zetel van bestuur of beheer heeft.
Art. 122, 123 en 124, WDRT
De taks wordt geheven:
- afzonderlijk op de afstand en de verwerving. De verkoper en de koper betalen bijgevolg ieder de taks
- op de overdracht van kapitalisatieaandelen aan de beleggingsvennootschap die de aandelen heeft uitgegeven. Enkel de verkoper betaalt de taks.
Onder 'verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven' wordt verstaan, elke verrichting die op eenzelfde effect betrekking heeft en die gedaan wordt voor rekening van eenzelfde persoon en op eenzelfde markt. De taks en het plafond worden bijgevolg afzonderlijk bepaald per verschillend effect.
Voor de aankopen of de verwervingen onder bezwarende titel, wordt de taks berekend op de door de ordergever (koper) te betalen sommen. Het loon van de makelaar is niet inbegrepen.
Voor de verkopen of de afstanden onder bezwarende titel, wordt de taks berekend op de door de ordergever (verkoper of afstanddoener) te ontvangen sommen, zonder aftrek van het loon van de makelaar.
Voor de inkopen van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap, wordt de taks berekend op de netto-inventariswaarde van de aandelen, zonder aftrek van de forfaitaire vergoeding, maar verminderd met de ingehouden roerende voorheffing wanneer het kapitalisatieaandelen betreft:
a. van een instelling voor collectieve belegging (ICB), erkend overeenkomstig de richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten
b. van een ICB die werd opgericht buiten het gebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) van toepassing is krachtens art. 355 VWEU.
Om een gelijke behandeling te verzekeren tussen de investeerders en het recht op vrij verkeer van kapitaal en op de vrijheid van dienstverlening, zoals voorzien in de Europese wetgeving, te waarborgen, aanvaardt de administratie dat de belasting, die moet worden betaald door de natuurlijke persoon in uitvoering van de art. 19bis en 313, WIB 92 (verplichting om in zijn aangifte in de personenbelasting de roerende inkomsten aan te geven die niet aan de roerende voorheffing werden onderworpen), in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van de TOB. Dat bedrag aan betaalde taks wordt bijgevolg in mindering gebracht van de belastbare grondslag van de TOB die verschuldigd is voor de verrichtingen die worden aangegaan of uitgevoerd door een in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep.
Art. 121 en 124, WDRT
Er zijn 3 tarieven van de taks al naargelang de aard van de effecten waarop de verrichting betrekking heeft (tarieven van toepassing op verrichtingen aangegaan of uitgevoerd vanaf 08.01.2018):
Tarief (%) | Roerende waarden (niet limitatief) |
0,12 | - Obligaties. - Effecten van de openbare schuld (Belgische staat, buitenlandse staten, gewesten, gemeenschappen, provincies en gemeenten, zowel in België als in het buitenland). - Certificaten die betrekking hebben op aandelen of obligaties die zijn uitgegeven door personen die in België of in het buitenland zijn gevestigd. - Rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de rechten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België als bedoeld in deel II van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen als bedoeld in deel III van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders. - Aandelen uitgegeven door een beleggingsvennootschap naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de rechten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België als bedoeld in deel II van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, andere dan kapitalisatieaandelen. - Aandelen uitgegeven door een beleggingsvennootschap als bedoeld in deel III van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders andere dan kapitalisatieaandelen. - Aandelen of deelbewijzen van een andere instelling die onder het recht van een andere lidstaat van de EER wordt aangemerkt als, of gelijkgesteld met, een ICB in effecten in de zin van voormelde Richtlijn 2009/65/EG en die als zodanig gereglementeerd is en voorwerp is van een inschrijving, aanmelding of notificatie bij de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de EER. - Aandelen of deelbewijzen van een andere instelling die wordt aangemerkt als, of gelijkgesteld met, een alternatieve beleggingsinstelling en die als zodanig gereglementeerd is en voorwerp is van een inschrijving, aanmelding of notificatie bij de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de EER. - Aandelen van gereglementeerde vastgoedvennootschappen. |
1,32 | - Inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht of door beleggingsvennootschappen naar buitenlands recht waarvan de effecten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België. - De afstand en de verwerving van kapitalisatieaandelen die zijn uitgegeven door beleggingsvennootschappen. |
0,35 | - Andere effecten. |
Op elk van de verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van meer dan:
- 1.300 euro wanneer het tarief van de taks 0,12 % bedraagt
- 1.600 euro wanneer het tarief van de taks 0,35 % bedraagt
- 4.000 euro wanneer het tarief van de taks 1,32 % bedraagt.
De verrichtingen die van de taks zijn vrijgesteld, zijn opgenomen in art. 1261, WDRT.
Art. 122 en 124, WDRT
Op elk van de verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van meer dan:
- 1.300 euro wanneer het tarief van de taks 0,12 % bedraagt;
- 1.600 euro wanneer het tarief van de taks 0,35 % bedraagt;
- 4.000 euro wanneer het tarief van de taks 1,32 % bedraagt.
Onder 'verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven' wordt verstaan, elke verrichting die op eenzelfde effect betrekking heeft en die gedaan wordt voor rekening van eenzelfde persoon en op eenzelfde markt. De taks en het plafond worden bijgevolg afzonderlijk bepaald per verschillend effect.
Art. 125, WDRT
De tussenpersoon van beroep, of de aansprakelijke vertegenwoordiger, moet de TOB betalen uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op die waarin de verrichting werd aangegaan of uitgevoerd (art. 125, § 1, eerste lid, 2°, WDRT).
De ordergever die de belastingschuldige is van de TOB, of zijn mandataris, moet de betaling doen uiterlijk op de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op die waarin de verrichting werd aangegaan of uitgevoerd (art. 125, § 1, eerste lid, 1°, WDRT).
Een ordergever die bijvoorbeeld tijdens de maanden juli en augustus verrichtingen doet die aan de TOB zijn onderworpen, kan de betaling daarvoor doen in september voor het geheel van de verrichtingen die tijdens die twee maanden zijn gedaan. Daarnaast heeft hij de mogelijkheid om, voor de verrichtingen die in augustus werden aangegaan of uitgevoerd, de taks in oktober te voldoen.
Art. 125, WDRT
De aangifte moet ten laatste op de dag van de betaling ervan (volgens de voorgeschreven termijn) worden ingediend, hetzij via elektronische weg via MyMinfin, hetzij, in geval van verzending per post, bij de dienst vermeld op het aangifteformulier.
Een ordergever die bijvoorbeeld tijdens de maanden juli en augustus verrichtingen doet die aan de TOB zijn onderworpen, kan in zijn aangifte, die uiterlijk de laatste werkdag van september moet worden ingediend, naast de verrichtingen die hij heeft gedaan in de maand juli, ook de verrichtingen opnemen die hij heeft gedaan in de maand augustus. Met andere woorden, hij heeft de mogelijkheid om in zijn aangifte de verrichtingen op te nemen die werden gedaan tijdens de twee voorafgaande maanden.
Art. 125, WDRT
Voor de modaliteiten betreffende de indiening van de aangifte wordt verwezen naar het aangifteformulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
Opgelet!
- De aangifte mag niet per mail worden ingediend.
- Indien u de aangifte via elektronische weg indient, verstuur die dan geen tweede keer per post en omgekeerd. Dit zal verwarring en een eventueel dubbel betalingsbericht voorkomen.
Art. 125, WDRT
Voor de modaliteiten betreffende de betaling van de taks wordt verwezen naar het aangifteformulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
Art. 125, 1302, 131 en 2043, WDRT
1. Nalatigheidsinteresten
Wanneer de taks niet is betaald binnen de voorziene termijn, is een nalatigheidsinterest van rechtswege verschuldigd tegen de rentevoet zoals bepaald overeenkomstig art. 2, § 2/1, eerste lid, 1° van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen interest op het in te vorderen bedrag, vanaf de dag die volgt op de vervaldatum voor de betaling.
Die nalatigheidsinterest wordt maandelijks berekend over het totaal van de verschuldigde belastingen, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Elk gedeelte van een maand wordt als een volle maand gerekend.
2. Boetes
Er wordt een boete verbeurd per week vertraging in het geval de aangifte laattijdig wordt ingediend. Elke begonnen week wordt voor een volledige week gerekend. Het bedrag van die boete kan per overtreding niet meer bedragen dan het bedrag dat na 52 weken vertraging verschuldigd is.
Iedere onjuistheid of onvolledigheid in de aangifte wordt gestraft met een boete die gelijk is aan 5 maal de ontdoken taks, met een minimum van 250 euro.
Het niet afgeven van een borderel waarnaar verwezen wordt in art. 127, WDRT, wordt eveneens gestraft met een boete gelijk aan 5 maal de ontdoken taks zonder dat ze minder dan 1.000 euro kan bedragen.
De aangifte moet worden ingevuld met bedragen uitgedrukt in euro. Het bedrag dat aan de Belgische Schatkist wordt gestort, moet worden uitgedrukt in euro.
Wanneer de verrichtingen in vreemde munt werden aangegaan of uitgevoerd, moet de omzetting gebeuren tegen de wisselkoers van de munt van de dag van de verrichting en niet tegen de wisselkoers van de dag van de aangifte.
De omzetting heeft geen betrekking op de munt waarin de afgestane of verworven effecten worden uitgedrukt, maar wel op de sommen die worden geboekt. Wanneer de opbrengst van de verkoop van aandelen die in US dollar zijn uitgedrukt, wordt geboekt op het credit van een rekening in Zwitserse frank, moet de gecrediteerde som die in Zwitserse frank is uitgedrukt, bijgevolg in euro worden omgezet.
De officiële wisselkoers die elke dag wordt gepubliceerd door de Nationale Bank van België (https://www.nbb.be/nl/over-de-nationale-bank/eurosysteem/wisselkoersen) moet als referentie worden toegepast.
In het kader van een overeenkomst van discretionair vermogensbeheer geeft de beheerder (mandataris of lasthebber) de orders door in naam en voor rekening van zijn klant (mandant of lastgever), zonder voorafgaandelijk akkoord van die laatste. Niettemin blijft de klant de ordergever. Bijgevolg is de TOB verschuldigd wanneer de klant in België zijn gewone verblijfplaats heeft of er over een zetel beschikt.
De TOB is niet verschuldigd wanneer de tussenpersoon van beroep in België is gevestigd en de orders uitvoert in het kader van een discretionair beheer van een effectenportefeuille van een niet-inwoner (zie de vrijstelling van de TOB zoals voorzien in art. 1261, 2°, WDRT).
De TOB is verschuldigd door de vennoten van de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid.
De regels met betrekking tot onverdeeldheid en vruchtgebruik zijn in dat geval eveneens van toepassing.
Het feit dat de aangegane of uitgevoerde verrichting betrekking heeft op effecten die in onverdeeldheid worden aangehouden, doet geen afbreuk aan de uniciteit van de verrichting.
Anders gezegd, worden de verschillende deelgenoten geacht één enkele en zelfde verrichting te stellen, en geen afzonderlijke aan de taks onderworpen verrichtingen.
Daaruit volgt dat:
- de verschuldigde taks wordt berekend op basis van het stellen van één enkele verrichting
- het maximumbedrag (plafond) van de TOB wordt toegepast op de taks die zo wordt bepaald.
De vrijstelling voorzien in art. 1261, 2°, WDRT, betreffende de door een niet-inwoner aangegane of uitgevoerde verrichtingen, kan slechts worden toegepast op voorwaarde dat alle deelgenoten de hoedanigheid van niet-inwoner hebben.
Voorbeeld:
Een effectenrekening wordt in onverdeeldheid aangehouden door 4 co-titularissen, waarvan één een niet-inwoner is. Vanaf die rekening werd een verrichting gesteld die aan de TOB onderworpen is tegen een tarief van 1,32 %, wat het bedrag aan verschuldigde taks in principe op 6.000 euro brengt. De beperking van de taks zoals bedoeld door art. 124, WDRT, wordt derhalve toegepast waardoor de verschuldigde taks naar 4.000 euro wordt teruggebracht.
De TOB is verschuldigd door de naakte eigenaar, zelfs wanneer voor de verrichting de toestemming van de vruchtgebruiker vereist is.
Art. 120 en 1262, WDRT
Om een buitensporige bewijslast te vermijden, aanvaardt de administratie dat een ordergever, die te goeder trouw handelt, ontslagen is van zijn verplichtingen met betrekking tot de aangifte en de betaling van de taks indien hij:
- een borderel op zijn naam voorlegt waarop de naam van de tussenpersoon van beroep, de aard van de verrichtingen, het bedrag of de waarde van de verrichtingen en het bedrag van de verschuldigde taks zoals voorzien in art. 127, WDRT, zijn vermeld en
- het bewijs voorlegt dat hij die taks aan zijn tussenpersoon van beroep heeft betaald.
Een ordergever kan een mandataris aanduiden om zijn verplichtingen met betrekking tot de TOB na te komen.
De buitenlandse tussenpersoon van beroep die de verrichting heeft aangegaan of uitgevoerd voor rekening van de ordergever, kan worden aangeduid als mandataris (lasthebber).
De mandataris moet de aangifte en de betaling van de taks voldoen, in naam en voor rekening van de ordergever, uiterlijk de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op die waarin de verrichting werd aangegaan of uitgevoerd.
De mandataris die handelt voor rekening van de leden van een onverdeeldheid of van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, kan één enkele aangifte indienen voor zover de mandanten (lastgevers) worden geïdentificeerd in een bijlage die bij de aangifte wordt gevoegd. Hetzelfde geldt indien een in het buitenland gevestigde tussenpersoon gevolmachtigd werd door meerdere van zijn klanten. In dat geval voegt die tussenpersoon, voor elke lastgeving, een bijlage met de vermeldingen betreffende de lastgever-klant, bij de aangifte.
De ordergever blijft in alle gevallen, ten opzichte van de Belgische staat, verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat dat hij heeft gegeven.
Art. 125 en 1262, WDRT
In het geval de aangifte laattijdig wordt ingediend, of bij gebrek aan aangifte, is de boete verschuldigd door de belastingschuldige van de taks, met name, al naargelang het geval, de door de in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep aangeduide aansprakelijke vertegenwoordiger, of bij gebrek daaraan, de ordergever (tenzij, voor die laatste, hij kan aantonen dat hij van zijn verplichtingen om de taks aan te geven en te betalen, ontslagen is).
Art. 1263, WDRT
De niet in België gevestigde tussenpersoon van beroep, die zelf de taks wil voldoen, heeft de mogelijkheid om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen maar hij is er niet toe verplicht.
Indien de in het buitenland gevestigde tussenpersoon ervoor kiest een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, dan verbindt die laatste zich, hoofdelijk met de tussenpersoon, jegens de Belgische staat, tot de betaling der rechten op de verrichtingen welke de tussenpersoon van beroep, - hetzij voor rekening van derden, hetzij voor zijn eigen rekening -, doet en tot uitvoering van alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon van beroep gehouden is op het vlak van de TOB (overeenkomstig Boek II, Titel I, WDRT).
Art. 1263, WDRT en art. 2171 tot 2171/4, KB/WDRT
De niet in België gevestigde tussenpersoon van beroep kan, alvorens in België beursverrichtingen aan te gaan of uit te voeren, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
De erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger wordt gevraagd met behulp van het daartoe bestemde formulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
Dat formulier moet naar de daarop vermelde bevoegde dienst worden verstuurd.
Art. 1263 en 1302, WDRT
Door zijn handtekening op het verzoek tot erkenning, aanvaardt de aansprakelijke vertegenwoordiger zich hoofdelijk te verbinden jegens de Belgische staat tot de betaling der rechten op de verrichtingen gesteld door de tussenpersoon van beroep, - hetzij voor zijn eigen rekening, hetzij voor rekening van derden -, en tot alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon van beroep gehouden is op het vlak van de TOB (overeenkomstig Boek II, Titel I, WDRT).
Daardoor wordt hij inzonderheid beschouwd als de belangrijkste schuldenaar van de verschuldigde TOB, van de eventuele aanvullende taks en van de eventuele boetes en interesten zoals bedoeld in de art. 125 en 2043, WDRT. Die vertegenwoordiger aanvaardt overigens ook dat de voormelde sommen rechtstreeks bij hem kunnen worden ingevorderd.
De in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep verbindt zich ertoe om alle documenten, die zijn voorzien in art. 1302, WDRT, ter beschikking te stellen naar aanleiding van een fiscale controle of op elk verzoek van een ambtenaar van de administratie die belast is met de vestiging of de inning en de invordering van die taks. Daaronder zijn begrepen een borderel dat de naam en de woonplaats van de ordergever vermeldt of een gelijkaardig bewijsstuk, evenals een gedetailleerde opgave en waardering van de gedane verrichtingen.
Art. 136, WDRT en 2407noniesdecies, §§ 1, 2, 6 en 8, KB/WDRT
Er wordt verwezen naar het formulier voor de aanvraag tot teruggave van de TOB, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
De aanvraag tot teruggave van de taks, de interesten en de boetes moet gemotiveerd worden en moet bij de dienst vermeld op het formulier, toekomen uiterlijk de laatste werkdag van de periode van twee jaar te rekenen van de dag waarop de vordering is ontstaan.
De terugbetaling wordt gedaan aan degene die de taks gekweten heeft.