Circulaire 2020/C/46 over het schenken van goederen aan bepaalde instellingen en giften in natura

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde – Personenbelasting – Vennootschapsbelasting publiceerde op 24/03/2020 de circulaire 2020/C/46.
Deze circulaire handelt over een tijdelijke maatregel die wordt genomen in het kader van het bestrijden van COVID-19 (Coronavirus) wat het gratis verstrekken van medische hulpmiddelen aan bepaalde instellingen betreft en de gevolgen ervan op het stuk van de btw, de VenB en de BNI/ven. Verder bespreekt deze circulaire ook een tijdelijke maatregel inzake giften in natura die in dezelfde context gebeuren.

Inhoudstafel
I. Voorwerp van deze circulaire
II. Belasting over de toegevoegde waarde
1. Inleiding
2. Bedoelde goederen
3. Aan wie kunnen deze goederen geschonken worden?
4. Wie kan goederen schenken?
5. Welke btw-verplichtingen moet de schenker naleven?
III. Vennootschapsbelasting en belasting van niet-inwoners/vennootschappen
IV. Personenbelasting en belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen
A. Zelfstandigen
B. Belastingvermindering voor giften in natura
1. Wat omvat de maatregel?
2. Voor wie geldt de maatregel?
3. Voor welke instellingen?
4. Over welke giften gaat het?
5. Hoe wordt de waarde van de giften vastgesteld?
6. Fiscaal attest
V. Duurtijd van de maatregel

I. Voorwerp van deze circulaire
1. In het kader van de strijd tegen COVID-19 (hierna, Coronavirus), heeft de minister van Financiën beslist om gelet op de hoogdringendheid en de ernst van de situatie voor de bevolking, uitzonderlijke en tijdelijke fiscale maatregelen te nemen.
Het gaat over fiscale maatregelen inzake btw, vennootschapsbelasting en giften in natura aan welbepaalde instellingen.
Het betreft een tijdelijke maatregel.

II. Belasting over de toegevoegde waarde
1. Inleiding
2. Wanneer een belastingplichtige aan zijn bedrijf een goed onttrekt om het gratis weg te schenken, wordt deze handeling op grond van artikel 12, § 1, eerste lid, 2° van het Btw-Wetboek gelijkgesteld met een belastbare levering onder bezwarende titel wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de voorbelasting is ontstaan.
3. Artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek is de omzetting in het Belgische recht van artikel 16 van de richtlijn 2006/112/EG van de raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.
4. Wanneer een belastingplichtige bijgevolg gratis goederen uitdeelt wordt deze handeling in principe gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel.
5. Het Btw-Wetboek voorziet reeds in een aantal uitzonderingen op dit principe, met name voor de onttrekkingen die gebeuren met het oog op:
a. het verstrekken van handelsmonsters of handelsgeschenken van geringe waarde; b. het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen bestemd voor de menselijke consumptie, met uitzondering van geestrijke dranken, waarvan de intrinsieke kenmerken niet meer toelaten dat ze, in gelijk welke schakel van het reguliere economische circuit, worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden; c. het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, andere dan goederen die op duurzame wijze kunnen worden gebruikt waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden.
6. De regering heeft vastgesteld dat vele zorginstellingen in België in het kader van de bestrijding van het Coronavirus geconfronteerd worden met bepaalde tekorten van goederen terwijl andere belastingplichtigen bereid zijn beschikbare voorraden van die goederen te schenken aan deze instellingen. De btw-heffing op deze onttrekking kan evenwel een belemmering vormen voor dergelijke schenkingen terwijl vastgesteld wordt dat er potentiële en reële behoeften zijn.
7. Mits voldaan is aan de hierna bepaalde omstandigheden, modaliteiten en voorwaarden, wordt beslist dat de heffing van btw wordt prijsgegeven voor de onttrekkingen verricht door de belastingplichtigen die onder kosteloze titel goederen verstrekken aan bepaalde instellingen voor gezondheidszorg met het oog op het gebruik ervan in het kader van hun gewoonlijke activiteit.

2. Bedoelde goederen
8. Volgende goederen worden beoogd door deze circulaire:
A. Medische hulpmiddelen en hun hulpstukken als bedoeld in het koninklijk besluit van 18.03.1999 betreffende de medische hulpmiddelen
Worden hier bijvoorbeeld beoogd:
- elk instrument, toestel of apparaat, elke software of stof of elk ander artikel dat of die alleen of in combinatie wordt gebruikt, met inbegrip van de software die door de fabrikant speciaal is bestemd om te worden gebruikt voor diagnostische en/of therapeutische doeleinden en voor de goede werking ervan benodigd is, door de fabrikant bestemd om bij de mens te worden aangewend voor diagnose, preventie, bewaking, behandeling of verlichting van ziekten;
- hulpmiddelen bestemd voor klinisch onderzoek;
- elk medisch hulpmiddel dat een reagens, een reactief product, een kalibratiemateriaal, een controlemateriaal, een kit, een instrument, een apparaat, een toestel of een systeem is dat afzonderlijk of in combinatie wordt gebruikt en door de fabrikant is bestemd om te worden gebruikt voor het in-vitro-onderzoek van specimen die afkomstig zijn van het menselijk lichaam, met inbegrip van donorbloed en -weefsel, uitsluitend of hoofdzakelijk met het doel om informatie te verschaffen.
B. Beschermingsmiddelen voor zorgverstrekkers en patiënten
Beoogd worden bijvoorbeeld mondmaskers, beschermkledij, zepen en handgels, …
C. Het schenken van geneesmiddelen wordt niet bedoeld
Het btw-tarief dat van toepassing zou zijn op de levering van bovengenoemde goederen is overigens niet van belang.

3. Aan wie kunnen deze goederen geschonken worden?
9. Deze regeling betreft goederen die rechtstreeks worden geschonken aan instellingen voor gezondheidszorg bedoeld in de gecoördineerde wet van 10.07.2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. Dit wil zeggen instellingen voor gezondheidszorg waarin op ieder ogenblik geëigende medisch-specialistische onderzoeken en/of behandelingen in het domein van de geneeskunde, de heelkunde en eventueel de verloskunde in multidisciplinair verband kunnen verstrekt worden, binnen het nodige en aangepaste medisch, medisch-technisch, verpleegkundig, paramedisch en logistiek kader, aan patiënten die er worden opgenomen en kunnen verblijven, omdat hun gezondheidstoestand dit geheel van zorgen vereist om op een zo kort mogelijke tijd de ziekte te bestrijden of te verlichten, de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren of de letsels te stabiliseren. Deze ziekenhuizen vervullen een opdracht van algemeen belang.
10. Op grond van die wet moeten de ziekenhuizen aan bepaalde normen beantwoorden en moeten ze worden erkend door de FOD Volksgezondheid.
11. Het betreft inzonderheid de instellingen waarvan de diensten inzake medische verzorging normaliter binnen het toepassingsgebied vallen van de vrijstelling beoogd door artikel 44, § 2, 1°, a), van het Btw-Wetboek.
12. Bij uitbreiding worden eveneens bedoeld de associaties van ziekenhuizen (koninklijk besluit van 25.07.1997 houdende nadere omschrijving van de associatie van ziekenhuizen en van de bijzondere normen waaraan deze moet voldoen, BS 18.06.1997), de ziekenhuisgroeperingen (koninklijk besluit van 30.01.1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen, BS 21.02.1989) en fusies van ziekenhuizen (koninklijk besluit van 31.05.1989 houdende nadere omschrijving van de fusie van ziekenhuizen en van de bijzondere normen waaraan deze moet voldoen, BS 05.07.1989).
Daarnaast zijn ook bedoeld, de locoregionale klinische ziekenhuisnetwerken (wet van 28.02.2019 tot wijziging van de gecoördineerde wet van 10.07.2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, wat de klinische netwerking tussen ziekenhuizen betreft, BS van 28.03.2019).
Deze instellingen worden hierna 'begunstigden' genoemd.

4. Wie kan goederen schenken?
13. In de eerste plaats worden de belastingplichtigen die de onder titel 2, hiervoor, bedoelde goederen hebben gekocht of geproduceerd, beoogd door deze maatregel, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de voorbelasting is ontstaan.
Het gaat niet uitsluitend om producenten en distributiebedrijven, maar bijvoorbeeld ook om belastingplichtigen die goederen hebben aangekocht om deze in het kader van hun economische activiteit te gebruiken of met als doel ze te schenken in het kader van de bestrijding van het Coronavirus. In dat laatste geval wordt het recht op aftrek in hoofde van de schenker gewaarborgd.
Deze belastingplichtigen worden hierna 'schenkers' genoemd.
14. Het spreekt voor zich dat de begunstigden ook van niet-belastingplichtige personen of van belastingplichtigen zonder recht op aftrek goederen gratis kunnen ontvangen. In hoofde van die schenkers speelt uiteraard niet de problematiek van onttrekkingen en dergelijke schenkingen vallen bijgevolg buiten het toepassingsgebied van deze maatregel.
Hetzelfde geldt indien de schenker de goederen zelf gratis heeft ontvangen (vb. verdeelplatform van goederen).

5. Welke btw-verplichtingen moet de schenker naleven?
15. Als bewijs dat de belastingplichtige-schenker de betreffende goederen gratis heeft geschonken aan een onder titel 3 bedoelde instelling dient, in principe, per schenking die plaatsvindt een document te worden opgesteld waarin de zorginstelling bevestigt dat de betreffende goederen gratis werden verkregen en zich er toe verbindt de betreffende verkregen goederen hetzij zelf te gebruiken in het kader van het verstrekken van zorg, hetzij gratis ter beschikking te stellen aan een andere zorginstelling beoogd onder titel 3.
Het document bevat per schenking minstens de volgende vermeldingen:
a. de datum; b. de (maatschappelijke) benaming, het adres en het btw-identificatienummer van de belastingplichtige schenker; c. de (maatschappelijke) benaming, het adres en het ondernemingsnummer van de begunstigde van de schenking; d. een volledige en correcte omschrijving van de geschonken goederen; e. een vermelding van de hoeveelheid goederen.
16. Het hiervoor bedoelde document moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en moet door de betrokken partijen gedagtekend en ondertekend worden.
Voornoemd document geldt voor de belastingplichtige schenker als vervanging voor het stuk tot vaststelling van de onttrekking in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
Dit document weerlegt ook het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek in hoofde van de belastingplichtige schenker.

Administratieve toleranties
Eerste tolerantie
17. De administratie aanvaardt dat de belastingplichtige schenker in plaats van de vermelding op voornoemd document van de volledige en correcte omschrijving en van de hoeveelheid van de betreffende goederen per schenking, kan kiezen voor één van de twee volgende werkwijzen:
a. de vermelding op voornoemd document van de door schenking verkregen groepen (dekens, mondmaskers, beademingsapparatuur…) en de overeenstemmende hoeveelheden. Hierdoor kunnen meerdere schenkingen worden gegroepeerd. b. de toevoeging van het kasticket of de scanningslijst als bijlage aan dit document.
Het kasticket of de scanningslijst maakt dan een integrerend bestanddeel uit van het document ter vervanging van het stuk dat de onttrekking vaststelt. Dit kasticket of deze scanningslijst moeten dan, gelet op het feit dat ze het document vervolledigen, samen met dit document worden voorgelegd op ieder verzoek van de administratie.
18. Ook bij toepassing van één van beide voornoemde werkwijzen vervangt dit document voor de belastingplichtige schenker het stuk tot vaststelling van de onttrekking in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 en weerlegt het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek.

Tweede tolerantie
19. De administratie aanvaardt bovendien dat desgewenst uiterlijk de vijftiende dag van iedere maand één enkel verzameldocument wordt opgesteld waarin alle schenkingen van de betreffende producten van de afgelopen maand zijn opgenomen. Het verzameldocument mag enkel de schenkingen bevatten die in de loop van de maand waarop het betrekking heeft, werden gedaan.
20. Voornoemd verzameldocument heeft dus een datum maar een verwijzing in het verzameldocument naar de werkelijke datum van de betreffende schenkingen is niet strikt vereist. Het volstaat te verwijzen naar de periode waarop de schenkingen betrekking hebben. De belastingplichtige schenkers zijn wel verplicht om de gedetailleerde gegevens te bewaren van de betreffende schenkingen op basis waarvan het verzameldocument werd opgemaakt.
Dit verzameldocument vervangt voor de belastingplichtige schenker het stuk tot vaststelling van de onttrekking in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 en weerlegt het wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek.

Derde tolerantie
21. Voor de belastingplichtige schenker vervangt het hiervoor bedoeld document het stuk tot vaststelling van de onttrekking in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 en weerlegt het voormeld wettelijk vermoeden van artikel 64, § 1, van het Btw-Wetboek. De administratie aanvaardt dat in de gegeven omstandigheden een inschrijving van dit document in de boekhouding van de belastingplichtige schenker evenmin vereist is.
Een volgnummer (i.e. opeenvolgende nummering genomen uit een ononderbroken reeks) is ter zake niet vereist. Het door beide betrokken partijen gedagtekende en ondertekende document moet, desgevallend, ofwel, met vermelding erop van de koopwarengroepen en de passende hoeveelheden, ofwel, met toevoeging eraan van het kasticket of de scanningslijst, desgewenst maandelijks, in chronologische volgorde bewaard worden.

III. Vennootschapsbelasting en belasting van niet-inwoners/vennootschappen
22.Wanneer de schenker onderworpen is aan de VenB of de BNI/ven gelden in principe de hierna volgende maatregelen.
Er wordt vanuit gegaan dat de schenker geen enkel voordeel voor zichzelf  heeft verkregen en de geschonken goederen uitsluitend toekomen aan de begunstigden (zie titel II, punt 3). In dat geval zullen de geschonken goederen niet in aanmerking komen voor de toepassing van artikel 26, WIB 92 (verleende abnormale of goedgunstige voordelen). Bovendien zijn de kosten  die verband houden met de geschonken goederen in principe fiscaal aftrekbaar in de zin van artikel 49, WIB 92. De hiervoor aangehaalde maatregelen zijn slechts van toepassing indien voldaan is aan alle voorwaarden inzake btw.
Indien de schenker (vennootschap) niet onderworpen is aan de btw, zullen dezelfde hiervoor aangehaalde maatregelen van toepassing zijn voor zover die schenker hetzelfde bewijs levert als de btw-belastingplichtigen.

IV. Personenbelasting en belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen
A. Zelfstandigen
23. Voor zelfstandigen (ondernemers of beoefenaars van een vrij beroep) die onderworpen zijn aan de personenbelasting of aan de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen gelden mutatis mutandis de bepalingen die hiervoor onder de titel III zijn vermeld.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat een veearts een beademingstoestel dat hij voor zijn beroepsactiviteit heeft gebruikt, schenkt aan een Belgisch ziekenhuis.

B. Belastingvermindering voor giften in natura
1. Wat omvat de maatregel?
24. In afwijking van de bepalingen voorzien in artikel 14533, § 1, 1°, WIB 92, heeft de minister van Financiën beslist om bij hoge uitzondering en tijdelijk, giften in natura aan welbepaalde instellingen in aanmerking te laten komen voor de belastingvermindering voor giften.
25. Het gaat dan over een belastingvermindering voor de giften in natura aan welbepaalde instellingen met een waarde van ten minste 40 euro (geïndexeerd bedrag).
De belastingvermindering is gelijk aan 45 % van de waarde van de werkelijk gedane giften in natura.
Het totale bedrag van de waarde van de giften waarvoor de belastingvermindering wordt verleend mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 10 % van het totale netto-inkomen, met uitsluiting van de inkomsten die overeenkomstig artikel 171, WIB 92, worden belast (afzonderlijk belastbare inkomsten), noch meer bedragen dan 397.850 euro (geïndexeerd bedrag).

2. Voor wie geldt de maatregel?
26. Deze belastingvermindering is van toepassing voor belastingplichtigen, natuurlijke personen die zijn onderworpen aan de personenbelasting en in welbepaalde gevallen aan de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen (1) die een gift in natura verrichten aan welbepaalde instellingen.
(1) Niet-inwoners waarvan het in België belastbaar beroepsinkomen ten minste 75 % bedraagt van het geheel van zijn gedurende het belastbaar tijdperk verkregen of behaalde beroepsinkomsten.

3. Voor welke instellingen?
27. De giften in natura moeten uitsluitend gebeuren aan de Belgische universitaire ziekenhuizen of OCMW ziekenhuizen (verder: de ziekenhuizen). Deze ziekenhuizen zijn in het WIB 92 opgenomen als instellingen die gemachtigd zijn om fiscale attesten uit te reiken voor de giften die zij ontvangen.

4. Over welke giften gaat het?
28. Het gaat over giften die bestaan uit allerhande vormen van medisch materiaal alsook van producten dienstig in de strijd tegen het Coronavirus en dat als zodanig door de ziekenhuizen wordt aangemerkt.
Het gaat dan bijvoorbeeld over (niet beperkende lijst):
- mondmaskers
- ontsmettende middelen
- testsets voor het Coronavirus
- beademingstoestellen
- beschermende kledij
- enz…

5. Hoe wordt de waarde van de giften vastgesteld?
29. De waarde van de giften in natura wordt vastgesteld:
- ofwel op basis van een aankoopfactuur van het geschonken medisch materiaal of de medische producten. Deze factuur moet door de schenker aan het ziekenhuis worden voorgelegd,
- ofwel, bij ontstentenis van een aankoopfactuur, op basis van een raming van de waarde van het geschonken materiaal door het ziekenhuis dat de gift ontvangt. Die raming is gebaseerd op de marktwaarde van de geschonken goederen.

6. Fiscaal attest
30. De ziekenhuizen stellen de attesten op die nodig zijn om de belastingplichtige toe te laten aanspraak te maken op de belastingvermindering in het kader van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen (aanslagjaar 2021 – inkomsten van 2020).
Ze bezorgen die attesten volgens de geëigende procedures aan de belastingadministratie.

V. Duurtijd van de maatregel
31. Deze maatregel die wordt genomen in het kader van de strijd tegen het Coronavirus is van toepassing op de giften in natura en de schenkingen van goederen die gebeuren van 01.03.2020 tot en met 30.06.2020.

Bron: Fisconetplus

      Tags

      • BTW
      • Dons
      • recht op aftrek
      • onttrekkingen
      • herzieningen
      • belasting van niet-inwoners
      • belastingvermindering voor giften
      • giften in natura
      • Coronavirus
      • covid-19
      • Tax of natural persons
      • Tax of natural persons
      • Tax reduction