Circulaire 2019/C/91 betreffende de ordonnantie van 21 februari 2019 inzake successierechten

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie publiceerde op 19/09/2019 de circulaire 2019/C/91, een administratieve toelichting bij de ordonnantie van 21 februari 2019 tot wijziging van het Wetboek der Successierechten met het oog op harmonisatie van de tarieven en gelijkheid van behandeling tussen stichtingen van openbaar nut en erkende vzw's .


Inhoud
I. Inleiding
II. Stichtingen en verenigingen
III. Legaten aan stichtingen en verenigingen - verlaagd tarief
IV. Jaarlijks rapport
V. Inwerkingtreding

I. Inleiding
In het Belgisch Staatsblad van 19 maart 2019 (p. 27631) is de ordonnantie van 21 februari 2019 gepubliceerd tot wijziging van het Wetboek der Successierechten met het oog op harmonisatie van de tarieven en gelijkheid van behandeling tussen stichtingen van openbaar nut en erkende vzw’s (hierna: “ordonnantie”).
De tekst van de ordonnantie is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen gaat als bijlage 2.
De ordonnantie wijzigt het Wetboek der Successierechten zoals toepasselijk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze treedt in werking zes maanden na haar publicatie in het Belgisch Staatsblad (art. 5 ordonnantie), hetzij op 19 september 2019.
De datum van inwerkingtreding werd uitgesteld om de aanpassing van de IT-applicaties van de FOD Financiën en de budgettaire planning van de maatregel mogelijk te maken (Voorstel van ordonnantie tot wijziging van het Wetboek der Successierechten met het oog op harmonisatie van de tarieven en gelijkheid van behandeling tussen stichtingen van openbaar nut en erkende vzw’s, Doc., Bruss. parl., 2017-2018, nr. 651/1, Commentaar bij de artikelen, p. 5.).

II. Stichtingen en verenigingen
Definitie van stichting – Verkrijging van rechtspersoonlijkheid (private stichting en stichting van openbaar nut). Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, opgericht bij rechtshandeling door één of meer personen, stichters genoemd. Haar vermogen wordt bestemd om een belangeloos doel na te streven in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon, behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel. (art. 1:3, Wetboek van vennootschappen en verenigingen (afgekort: WVV), in werking sedert 1 mei 2019).

De stichting kan worden erkend als zijnde van openbaar nut indien zij gericht is op de verwezenlijking van een werk van filantropische, levensbeschouwelijke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische of culturele aard. Stichtingen die bij koninklijk besluit zijn erkend als zijnde van openbaar nut dragen de naam "stichting van openbaar nut". De andere stichtingen dragen de naam "private stichting" (art. 11:1 WVV).

De private stichtingen verkrijgen rechtspersoonlijkheid vanaf de dag van de neerlegging, binnen de dertig dagen te rekenen van de datum van de definitieve akte, op de griffie van de ondernemingsrechtbank van verschillende stukken (de oprichtingsakte, gecoördineerde tekst van de statuten, akten betreffende de benoeming en ambtsbeëindiging van de bestuurders, akten betreffende de benoeming van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen en van commissarissen) (art. 2:6, § 4, eerste lid, art. 2:11, § 1, 1°, 3° en 4° WVV).

De stichtingen van openbaar nut verkrijgen rechtspersoonlijkheid op de datum van het koninklijk besluit waarbij zij worden erkend. De minister van Justitie beslist over het verlenen ervan (art. 2:6, § 4, tweede lid WVV).

Definitie van vzw – verkrijging van rechtspersoonlijkheid (vzw en ivzw). Een vereniging wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee of meer personen, leden genaamd. Zij streeft een belangeloos doel na in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig andere persoon behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel (art. 1:2 WVV).
De vereniging zonder winstoogmerk (vzw) is een vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvan de leden in die hoedanigheid niet aansprakelijk zijn voor de verbintenissen die de vereniging aangaat (art. 9:1 WVV). Er geldt voor de vzw geen beperking meer voor de activiteiten die ze uitoefent.

De vzw's verkrijgen rechtspersoonlijkheid vanaf de dag van de neerlegging, binnen de dertig dagen te rekenen van de datum van de definitieve akte, op de griffie van de ondernemingsrechtbank van verschillende stukken (de oprichtingsakte, de statuten, akten betreffende de benoeming en ambtsbeëindiging van de bestuurders, akten betreffende de benoeming van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen en van commissarissen) (art. 2:6, § 2, art. 2:9, § 1, 1°, 3° en 4° WVV).

De internationale verenigingen zonder winstoogmerk (ivzw's) verkrijgen rechtspersoonlijkheid op de datum van het koninklijk besluit waarbij zij worden erkend. De minister van Justitie beslist over het verlenen ervan (art. 2:6, § 3 WVV).

Oud fiscaal regime. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest genoten de stichtingen van openbaar nut een verlaagd tarief van 6,6%, terwijl de legaten aan private stichtingen en aan erkende vzw's werden belast aan 12,5% (25% voor de ivzw's, de private stichtingen en de vzw's zonder erkenning).

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was het vroegere tarief van 12,5% voorzien voor de vzw's die genoten van een federale erkenning, bij toepassing van de bepalingen van artikel 14533 WIB 92 betreffende fiscale aftrekbaarheid van de giften in geld en voor de rechtspersonen zonder winstoogmerk die, zonder vzw's te zijn, eveneens erkend werden.

Het oude artikel 59, 3° W.Succ.Br. preciseerde dat het tarief van 12,5% slechts toepasselijk is op voorwaarde dat de vzw of de rechtspersoon niet geniet van een gunstiger tarief krachtens het huidige Wetboek (vrijstelling of tarief van 6,6%).
In het Waals Gewest genieten de private stichtingen, de vzw's en de internationale vzw's hetzelfde tarief als de stichtingen van openbaar nut (7%). Hetzelfde geldt voor het Vlaams Gewest (8,5%).

III. Legaten aan stichtingen en verenigingen - verlaagd tarief
3.1. Doelstellingen
Zoals vermeld in de titel beoogt de ordonnantie vooreerst de wijziging van het Wetboek der Successierechten om de tarieven te harmoniseren en de gelijke behandeling te verzekeren tussen de stichtingen van openbaar nut en de erkende vzw's.
Ze beoogt vervolgens de harmonisering van de Brusselse en de Waalse toepasselijke tarieven.
Ze beoogt ten slotte het aanmoedigen van legaten aan rechtspersonen die een doel van algemeen nut nastreven en waarvan de activiteit ten dele de overheden aanvullen (Voorstel van ordonnantie (…), verslag, Doc., Parl. Brussels Hoofdst. Gew., 2017-2018, nr. 651/2, inleidende uiteenzetting, pp. 2-3).

3.2. Nieuw verlaagd tarief (art. 59, 1° en 2° W.Succ. Br.)
Het oude tarief van 12,5% wordt opgeheven (opheffing van art. 59, 3° W.Succ. Br.).
Het tarief van 25% wordt echter behouden voor de vzw's en rechtspersonen die, zonder dat ze een vzw zijn, een doel van openbaar nut nastreven, met name de ziekenfondsen, de landsbonden van ziekenfondsen, de beroepsverenigingen, de ivzw's en de private stichtingen (art. 59, 2° W.Succ.Br.).

Het oude tarief van 6,6% wordt vervangen door een nieuw tarief van 7% dat toepasselijk is voor stichtingen van openbaar nut, voor vzw's en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk die de federale erkenning bedoeld in artikel 14533 WIB92 hebben bekomen op de dag van het overlijden of het daaropvolgende jaar (nieuw art. 59, 1° W.Succ.Br.). Daaruit volgt dat - voor een nalatenschap die is opengevallen vanaf 19 september 2019 - het nieuw tarief van 7% toepasselijk is als het legaat werd gemaakt aan een vzw of een andere rechtspersoon zonder winstoogmerk die is erkend op de dag van het overlijden of het jaar volgend op het overlijden.

Voorbeeld
In januari 2015 maakt Jan – die zijn fiscale woonplaats heeft behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot bij zijn overlijden – een legaat van een geldsom van 50.000 EUR aan een vzw die op het moment van het legaat erkend was.
Jan overlijdt op 1 oktober 2019. De vzw heeft haar erkenning verloren. De oorspronkelijke aangifte wordt door de rechtsopvolgers ingediend. Het legaat wordt belast tegen 25% (art. 59, 2° W.Succ.Br.).
De vzw bekomt een vernieuwing van haar erkenning:
  • in juli 2020: er wordt een nieuwe aangifte ingediend in januari 2021, met vraag tot teruggave; het legaat wordt belast tegen het verlaagd tarief van 7% (art. 59, 1° W.Succ.Br.).
  • in november 2020: geen teruggave omdat de vzw haar erkenning ten laatste op 30 september 2020 moest verkrijgen (jaar volgend op het overlijden).

Artikel 59 W.Succ.Br. ziet er vanaf 19 september 2019 als volgt uit (de wijzigingen staan in het vet vermeld):



3.3. Beoogde rechtspersonen
De toepassing van de verminderde tarieven is strikt beperkt tot de rechtspersonen die voorkomen in de opsomming in artikel 59 W.Succ. Br.
De rechtspersonen die niet voorkomen in deze lijst kunnen in geen geval genieten van het lineair tarief vastgelegd in deze bepaling. De aan hen gemaakte legaten zullen onderworpen zijn aan het tarief “tussen alle andere personen” (art. 48), behalve indien ze zich kunnen beroepen op de vrijstelling (art. 55).

3.4. Teruggave van rechten (nieuw art. 135, 9° W.Succ.Br.)
Artikel 135, 9° W.Succ. is een specifieke bepaling voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Aangezien de erkenning die door de federale overheid verleend wordt aan bepaalde vzw's of rechtspersonen zonder winstoogmerk slechts tijdelijk geldt, kan het voorkomen dat op de dag van het overlijden de vereniging de erkenning verloren is of niet verkregen heeft. Om deze moeilijkheid op te vangen laat de Brusselse wetgever aan de rechtspersoon maximum een jaar volgend op de dag van het overlijden om de erkenning te verkrijgen of te vernieuwen.

De rechtspersonen kunnen het nieuw verminderd tarief van 7% slechts genieten wanneer zij de federale erkenning bedoeld in artikel 59, 1°, hebben verkregen of vernieuwd op de dag van het overlijden of het jaar dat daarop volgt.

In de gevallen voorzien bij artikel 135 W.Succ. Br. is de teruggave van de rechten, intresten en boeten slechts mogelijk na de indiening van een aangifte die het feit dat aanleiding geeft tot de teruggave vermeldt, te weten de beslissing van de FOD Financiën om de erkenning bedoeld in artikel 14533 WIB 92 te verlenen of te vernieuwen. De federale administratie aanvaardt dat het verzoek tot teruggave wordt gedaan in de aangifte zelf die het feit dat aanleiding geeft tot de teruggave vermeldt.

De aangifte van nalatenschap en het verzoek tot teruggave moeten worden ingediend door de rechtsopvolgers die de oorspronkelijke aangifte hebben ingediend, of minstens door de rechtspersonen die het verminderd tarief genieten.
De verjaringstermijn bedraagt vijf jaar voor alle gevallen van teruggave voorzien bij artikel 138 W.Succ. Met andere woorden: het verzoek tot teruggave moet worden ingediend binnen de vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar in hetwelk het recht daarop is ontstaan, hetzij het jaar gedurende hetwelk de erkenning is bekomen (art. 138 W.Succ.).

IV. Jaarlijks rapport
In artikel 4 voorziet de ordonnantie dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering elk jaar een rapport moet opstellen dat de evolutie nagaat van de inkomsten van schenkings- en successierechten. Dit rapport moet bevatten:
  • een globaal overzicht van de inkomsten van de afgelopen vijf jaar uit de schenkings- en successierechten;
  • een evaluatie van de impact van het gevoerde beleid van de afgelopen vijf jaar op de inkomsten;
  • een statistische inschatting van de inkomsten voor de volgende vijf jaar, rekening houdende met het gevoerde beleid (art. 4, eerste lid ordonnantie).

De ordonnantie preciseert ook dat de Regering het rapport ter informatie overmaakt aan het Parlement (art. 4, tweede lid ordonnantie).

V. Inwerkingtreding
Het nieuwe tarief toepasselijk op de legaten aan de stichtingen en vzw's geldt voor de nalatenschappen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die openvallen vanaf 19 september 2019.
Het oud tarief toepasselijk op de legaten aan stichtingen en vzw's geldt voor de nalatenschappen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die openvallen tot 18 september 2019.

Bron: Fisconetplus

      Tags

      • vzw (erkend)
      • stichting van openbaar nut
      • private stichting