Circulaire 2019/C/90 over de gemiddelde aanslagvoet

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 18/09/2019 de circulaire 2019/C/90. Deze circulaire bespreekt de invulling van de notie 'referentiejaar' in het kader van het belastingstelsel van inkomsten die afzonderlijk belastbaar zijn tegen de gemiddelde aanslagvoet.


Inhoudstafel
I. Inleiding II. Wet van 07.04.2019 – wijzigingen van het WIB 92 III. Commentaar
A. Historiek – Oude invulling notie 'referentiejaar' B. Nieuwe definitie van de notie 'referentiejaar'
IV. Inwerkingtreding

I. Inleiding
1. De wet van 07.04.2019 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de afzonderlijke aanslag betreft (BS van 03.05.2019) geeft een nieuwe definitie van de notie 'referentiejaar' in het kader van het belastingstelsel van inkomsten die afzonderlijk belastbaar zijn tegen de gemiddelde aanslagvoet (1).
(1) Als bedoeld in artikel 171, 5° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

2. Deze wet laat het 'laatste vorige jaar', het zogenaamde referentiejaar, verwijzen naar het jaar waarin de belastingplichtige 'twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten' heeft gehad in plaats van het jaar waarin hij 'een normale beroepswerkzaamheid' heeft gehad.

II. Wet van 07.04.2019 – wijzigingen van het WIB 92
3. Het betrokken artikel van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) is als volgt aangepast (de aanpassingen zijn in het vet aangeduid):
Artikel 171, 5°, WIB 92

4. 'In afwijking van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 156, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting Staat op de andere inkomsten, meer bedraagt dan de overeenkomstig de voormelde artikelen bepaalde belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn, vermeerderd met de belasting Staat met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten:
(…)
5° tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten heeft gehad die wordt bepaald op basis van de belasting die verschuldigd is bij toepassing van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 154, verminderd met de in de artikelen 1451 tot 14516, 14524, 14526 tot 14528, 14532 tot 14535, 14548 en 154bis vermelde belastingverminderingen:
(…)

III. Commentaar
A. Historiek – Oude invulling notie 'referentiejaar'
5. Opzegvergoedingen, achterstallen, winst en baten uit een vorige beroepswerkzaamheid, vergoedingen die door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers worden uitgekeerd, EGKS-vergoedingen en inschakelingsvergoedingen (2) hebben een uitzonderlijk karakter. Om de progressiviteit van de personenbelasting te remmen zijn die inkomsten in de regel (3) afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet van het laatste vorige jaar waarin de werknemer een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (het zogenaamde referentiejaar).
(2) Als bedoeld in artikel 171, 5°, a) tot f), WIB 92. (3) Behoudens wanneer het stelsel van de volledige samentelling van de inkomsten voordeliger is voor de belastingplichtige.

6. De 'oude' administratieve Commentaar op het WIB 92 (4) verduidelijkte dat dit het meest recente vorige jaar was waarin de belastingplichtige gedurende twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten heeft behaald. Een jaar waarin iemand werkloos was of een pensioen genoot, werd ook aanvaard als een geldig referentiejaar (5).
(4) Com.IB 92 – de 'oude' Com.IB 92 wordt in Fisconetplus aangeduid als de 'Commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992'; de 'nieuwe' Com.IB 92 wordt in Fisconetplus aangeduid als de 'Commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (Bijwerkingen vanaf 2010)'. (5) Zie in dat verband de nummers 171/324 en 325, Com.IB 92.

7. In een arrest van 14.03.2013 oordeelde het Hof van Cassatie dat het jaar waarin een belastingplichtige gedurende 3 maanden een beroepswerkzaamheid heeft uitgeoefend en de overige 9 maanden geen beroepswerkzaamheid heeft uitgeoefend, maar vervangingsinkomsten heeft verkregen, niet in aanmerking komt voor het bepalen van de gemiddelde aanslagvoet.

8. Gelet op voormeld arrest en mede gelet op het antwoord van de heer Minister op een mondelinge parlementaire vraag (6) heeft de administratie de toepassing van de onder de nummers 171/324 en 171/325 Com.IB 92 opgenomen bepalingen geschrapt (7).
(6) Antwoord van de heer Minister op de mondelinge parlementaire vraag nr. 17.576 van volksvertegenwoordiger Veerle Wouters van 15.05.2013 (Kamer, Integraal Verslag Commissie voor de Financiën en de Begroting, 2012-2013, CRIV 53 COM 746 d.d. 15.05.2013, blz. 58-60). (7) Zie circulaire nr. Ci.RH.241/629.863 (AAFisc nr. 46/2013) van 13.11.2013.

9. Concreet betekent dit dat enkel nog het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, kon worden aangemerkt als een geldig referentiejaar. Of een beroepswerkzaamheid een normale beroepswerkzaamheid is, moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke omstandigheden eigen aan ieder geval afzonderlijk.

10. Het jaar waarin een belastingplichtige geen normale beroepswerkzaamheid heeft uitgeoefend, maar gedurende elk van de twaalf maanden van het beschouwde jaar belastbare beroepsinkomsten heeft verkregen (met inbegrip van vervangingsinkomsten, pensioenen, renten, enz.) kon niet meer als een geldig referentiejaar worden aangemerkt (bijvoorbeeld een belastingplichtige die gedurende het jaar 3 maanden werkzaam is geweest en de overige 9 maanden van inactiviteit een vervangingsinkomen heeft gekregen).

B. Nieuwe definitie van de notie 'referentiejaar'
11. Het criterium 'een normale beroepswerkzaamheid' laat meer ruimte voor interpretatie dan een verwijzing naar 'twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten', en betekent bijgevolg geen vereenvoudiging voor de administratieve controle.

12. Om die reden wordt artikel 171, 5°, WIB 92 gewijzigd en geldt voortaan het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige twaalf maanden belastbare beroepsinkomsten heeft gehad als referentiejaar om de gemiddelde aanslagvoet te bepalen, en dit ongeacht het feit dat die belastbare beroepsinkomsten geheel of gedeeltelijk bestaan uit vervangingsinkomsten of pensioenen.

IV. Inwerkingtreding
13. Deze wet is van toepassing met ingang van aanslagjaar 2019.

Bron: Fisconetplus

      Tags

      • personenbelasting
      • belasting van niet-inwoners
      • afzonderlijke aanslag
      • gemiddelde aanslagvoet
      • opzeggingsvergoeding
      • achterstallen
      • winst uit een vorige beroepswerkzaamheid
      • baten uit een vorige beroepswerkzaamheid
      • EGKS-vergoeding
      • vergoeding Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers
      • inschakelingsvergoeding